WW Band – Stadspark, Sittard (30-4-2011)

Wwband
Legendarisch in Sittard, een fenomeen tot ver daarbuiten. De WW Band beleefde haar hoogtijdagen in de late eighties en vroege jaren negentig, nam meermaals afscheid, kwam net zo vaak weer terug en verkoos koninginnedag 2011 om voor de aller- aller- allerlaatste laatste keer in de openbaarheid te treden. 16 Jaar na het spectaculaire officiële afscheidsconcert in de Sittardse schouwburg blijkt hoe groot het gemis is geweest als het stadspark aldaar vol is gestroomd met duizenden bezoekers die het kolderieke gezelschap nog één keer aan het werk willen zien. De band rondom zanger Ton Meisen a.k.a. Antonio Rosso gaat eenvoudigweg verder waar ze in 1995 is gestopt. Met een ongeorganiseerde bende op het podium en een dikke anderhalf uur toeterwave, wc-jazz, containerrock en vooral veel zelfkantreggae en -ska. Hilarische doch overtuigend swingende covers van onder anderen Specials, Selecter, Bob Marley maar ook Beatles en Elvis passeren de revue, als vanouds voorzien van absurde teksten in dialect die voornamelijk handelen over shoarma en bier. Op het podium doet een deel van de band (met succes) haar best om de boel danig te ontregelen maar als de WW Band eenmaal op stoom is laat zij zich door niets of niemand afstoppen. De kelen zijn nat, de humor is droog. Janse Bagge-zanger Henk Steijvers mag meedoen tijdens de klassieker 'Sjteut Mich Op' en voor degenen die er nog geen genoeg van hebben geeft de band enkele uren later in een café aan de Sittardse markt een tweede optreden. Ditmaal voor de aller- aller- aller- allerlaatste keer. Het zal nog lang onrustig zijn in de Westelijke Mijnstreek, waar de klok even is teruggedraaid naar de tijden van Zatman en Pintpop. Over 16 jaar weer maar dan als de AOW-band? I'll be there!

Meer over de WW Band in Sittard lees en zie je hier.

Brookpop – Sportpark Schurenberg, Hoensbroek (25-4-2011)

BP01
Hoe kun je het festivalseizoen beter beginnen dan op loopafstand, onder een stralende voorjaarszon en met een programmering om van te watertanden? Kortom, de jaargang 2011 gaat van start met Brookpop. En hoe!

Wake Up The Band trapt af. Jeugdig enthousiasme uit de eigen regio. Het heeft niet al te veel om het lijf maar haar Green Day-achtige meezingpunkpop is in ieder geval vrolijk, stuitert op en neer en zorgt meteen al voor blije gezichten in de Amicitiatent terwijl buiten een grote picnickweide ontstaat. Het belooft dan al een mooie dag te worden. Madi laat meteen daarna de zon ook schijnen in de grote tent die de mainstage herbergt. De kersverse Nu Of Nooit-winnares trakteert namelijk op luchtige zomerse pop. Prima vertolkt, heel behoorlijke songs maar een tikkeltje gewoontjes. Niet opzienbarend dus maar fijn genoeg om Brookpop mede op gang te trekken. Voor degenen die vervolgens nog niet ontwaakt zijn mag Boogie Van aansluitend de gitaren laten scheuren. De hardrockveteranen uit de Mijnstreek Oost doen met hun volvette, stomende old skool stoner-, blues- en en boogierock ook de rockers uit hun voorjaarsslaap ontwaken en zorgen voor het eerste hoogtepunt van de dag. Rock and roll!

Meer gitaren meteen daarna op het hoofdpodium bij My Propane. Stevige alternatieve rock uit Londen. Met een groove en de nodige funk. Een beetje Nine Inch Nails, een tikkeltje Faith No More en een likje Jane's Addiction. Strak, slepend, zelfverzekerd en vol passie. En dat allemaal in een nagenoeg lege tent. Onbekend maakt blijkbaar onbemind. De heren kunnen misschien enige troost vinden in het gegeven dat ook Broken Glass Heroes een verloren strijd levert tegen de verlokkingen van de zon, de drank en de etenstijd. Geplaagd door technische problemen komt de zonnige Beatles/Beach Boys-pop van deze Belgische superband niet echt uit de verf waardoor de aandacht snel verslapt. Maar net als ik bedenk dat deze band beter tot zijn recht was gekomen in de naastgelegen huiskamertent wordt er een volvet breed uitwaaierend hypnotiserend slotakkoord ingezet met een heerlijke lading loeiende spaced out gitaargeweld. Scoren in de verlenging is ook winnen.

Lambshade doet het, net als enkele dagen eerder in Poppodium Nieuwe Nor (en blijkbaar voor het laatst), akoestisch en doet dat heel behoorlijk. De zang rammelt een beetje en komt wel erg krampachtig Eddie Vedderiaans over maar feel, songs en enthousiasme zorgen voor voldoende compensatie om een bescheiden feestje op gang te brengen. Bij Lola Kite kunnen dan eindelijk de voetjes écht van de grond. Semi-electropop met swingend bas- en effectief gitaarwerk, spannende (soms Floydiaanse) klanken en lome beats. Én een aantal héél sterke liedjes. Ideaal voor een relaxt en zomers festival als dit en aldus een nieuw hoogtepunt op een festivaleditie die nu al geslaagd kan worden genoemd.

En dan moeten de headliners dus nog aantreden. Maar eerst is er Pavarana, de kersverse winnaar van de Kunstbende. Na drie tellen in de Amicitiatent zie en hoor ik het al: DeWolff jr. Kan dat? Ja dat kan. Op alle fronten een maatje kleiner, maar deze kids zijn dan ook nóg jonger dan haar voorbeelden én stadsgenoten. Het inderhaast uitgeprinte naamblaadje achter de band is in ieder geval aandoenlijk. Maar daar zit Hoensbroek op het late tijdstip niet echt op te wachten, want als de duisternis is ingevallen eist het publiek vuurwerk. En daarvoor zijn The Van Jets uitgenodigd. En die laten er, zoals verwacht, geen gras over groeien. Wegens de beperkte speeltijd zijn alle zwakkere songs van de reguliere playlist verdwenen waardoor Oostende's finest van begin tot eind gas kan geven en louter hoogtepunten voorschotelt. De springerige rock en in Bowie gedrenkte seventies glam knalt strak en vurig uit de PA en blaast de grote festivaltent bijkans van de wei.

De taak om na The Van Jets Brookpop van een passend slotakkoord te voorzien lijkt dan een ondankbare en volgens menigeen onmogelijk. Toch is na twee nummers al duidelijk dat Mintzkov er met het eremetaal vandoor gaat. Van meet af aan is het feest voor het hoofdpodium en de stemming stijgt per nummer. De songs kloppen, de sound is perfect en de samenzang bijzonder mooi. Naast een mix van oude en nieuwere tracks is er een stampende versie van Kelis' 'Acapella' een knallend eerbetoon aan het onvolprezen TC Matic. Terwijl diens 'Putain Putain' frontstage voor onstuimige taferelen zorgt krijgt Brookpop de finale die het verdient. Mintzkov heerst in Hoensbroek en het publiek kan er geen genoeg van krijgen. Wereldband!

Als de rook is opgetrokken en het sportpark leegloopt rest niets dan respect. Voor de bands, die stuk voor stuk hun beste beentje voor hebben gezet. Voor het publiek, dat in grotere getale dan vorig jaar aanwezig was en voor een puike, ontspannen en respectvolle sfeer zorgde. Voor de weergoden die alweer gunstig gestemd waren. En voor de organisatie die ten tweede male een in alle opzichten uitstekend festival met een wederom gedurfde programmering uit de grond heeft gestampt. Een festival dat wat mij betreft heeft bewezen een blijvertje te zijn en nu al een eigen smoel heeft, waarvoor een diepe buiging. Op naar 2012! 

Leaether Strip – Nieuwe Nor, Heerlen (22-4-2011)

IMG_9633k
Zo zit ie samen met echtgenoot en toetsenist Kurt Grünewald Hansen knus een ijsje te eten in de Heerlense binnenstad, enkele uren later raast Claus Larsen a.k.a. Leaether Strip als een bezeten hooligan over het podium. Formaat grizzlybeer, kale kop, legerbroek en stampvoetend. Larsen is boos, schreeuwt zijn directe teksten zwaar vervormd over de soms onweerstaanbare gitzwarte, loodzware en loeiharde techno-beats en beleeft aldus een vliegende start in een matig gevulde Nieuwe Nor.

Leaether Strip beukt, hakt en swingt, podiumbreed begeleid door passend beeldmateriaal. Larsen mag dan met Leaether strip al sinds 1988 aan de weg timmeren, hij etaleert nog altijd de kwaadheid van een jonge hond en of dat nu oprecht is of geacteerd maakt de in stemmig zwart of legerkleuren gehulde danslustigen niets uit omdat zijn formule nog prima werkt. Twee keer tijdens de set toont Larsen een ander gezicht. Als hij op de rand van het podium lachend poseert met een uit Engeland afgereisde überfan en als hij aan het einde van de reguliere set trots zijn ega voorstelt. Het woord "schattig" valt. Wie had dat gedacht op een avond als deze?

Ondanks de vette sound en voortvarende aftrap slaat na dik half uur de eentonigheid toe. Gaandeweg gaan de beats toch wel erg op elkaar lijken, klinken de nummers steeds minder inventief (nee het is duidelijk geen DAF of Front 242) en werkt de act van Larsen niet alleen op de dans- maar af en toe ook op de lachspieren. Totdat laat in de set ineens de 22 jaar oude klassieker 'Japanese Bodies' voorbijkomt en iedereen weer bij de les is. Tijdloze EBM, in your face! Met meer songs van dit kaliber had Leaether Strip een verpletterende indruk kunnen achterlaten, iets dat in Heerlen dus niet gebeurde.

Heeft Larsen er eenvoudigweg de nummers niet voor of was zijn setlistkeuze een ongelukkige? Of heeft ondergetekende net te weinig affiniteit met het genre om langer dan drie kwartier geboeid te blijven? Bij navraag blijken de kenners redelijk eensgezind. Nee het was "niet top" maar toch "wel oké." Het is in ieder geval goed dat er in de regio nog plaats en publiek is voor "dit soort muziek." Bijvoorbeeld uit de platenkoffers van de Ersatz DJ's die na afloop zorgen voor een duister feestje inclusief voldoende beweging op de dansvloer. Een geslaagde avond derhalve. Alweer. Next stop: Ikon. Be there!

Meer Leaether Strip in Heerlen lees je bij Blog Party, foto's van gisteravond zie je bij René Bradwolff, tevens verantwoordelijk voor bovenstaande prent.

Roger Waters / The Wall – Gelredome, Arnhem (9-4-2011)

5606132311_7a34cb5e9a
Ik herinner me de foto's in de Hitkrant nog, dik dertig jaar geleden. Plaatjes die ik later nog vaak zou tegenkomen en waar ik als jochie al vol verwondering naar staarde. Foto's van een enorme muur, opgetrokken tussen band en publiek. Van een rockshow die zijn tijd zover vooruit was en net zo verliesgevend, dat ie slechts in vier steden werd opgevoerd. Voor mijn tijd en ver weg (dacht ik toen nog). De soundtrack had ik wel. Eerst op tape, later op vinyl en cd. Een indrukwekkende plaat met een bijzonder verhaal en ingenieus in elkaar verweven thema's. Mijn favoriete Floyd-album was het echter nooit, want op andere platen stonden nog betere songs en nog mooiere melodieën, maar desondanks was en bleef 'The Wall' een instituut en haar vormgeving intrigerend.

Op een warme lentedag in april 2011 was het dan eindelijk zover: Roger Waters (bassist, zanger en geestelijk vader van het hele concept) voerde The Wall op in Arnhem en ik was er bij. Zonder Pink Floyd (maar wel met Snowy White die in 1980 ook al meedeed), drie avonden op rij, de volledige show uit 1980 plus vele extra's. En het was precies zoals verwacht. Nee, het was zelfs beter. Muzikaal akelig perfect. Foutloos. Met de juiste power, de juiste feel én (op de plaats waar wij stonden) een perfect geluid.

Qua show zorgde een ingenieus high-tech projectiesysteem, naast de oorspronkelijke ingrediënten (mother, teacher, wife, flying pig, Stuka, vuurwerk, de animaties van Gerald Scarfe) voor een overrompelende extra dimensie. Het oorspronkelijke persoonlijke concept bleek deels ingeruild voor een meer algemene en politieke variant. Begrijpelijk, omdat een spektakel als dit, dat wereldwijd volle voetbalstadions moet trekken, een actuele aansprekende boodschap nodig heeft en Roger Waters tegenwoordig niet meer de afgestompte gedeprimeerde cynicus is van dertig jaar geleden. "I tore my own little wall down years ago." meldde hij in het Gelredome. Het is hem gegund. Al oogde het behoorlijk lachwekkend toen ie juist tijdens het sleutelnummer 'Comfortably Numb' in de spotlight de pias uithing terwijl het nummer een tegenovergesteld geluid liet horen en hij bovendien de show stal van de boven op de muur excellerende Robbie Wyckoff en Dave Kilminster, die getweeën respectievelijk de oorspronkelijke zanger en gitarist David Gilmour zowaar even deden vergeten. Op zich al een prestatie van de buitencategorie.

Anyway, deze enkele uitglijder van de blije Waters was wat mij betreft de enige smet op een verder perfecte rockshow. Een mega-event dat behalve verpletterde en vermaakte, ondersteund door krachtige beeldtaal poogde de 30.000 bezoekers iets mee te geven en aan het denken te zetten. The Wall 2011 is namelijk naast het verhaal van de geïsoleerde geflipte rockster vooral ook een eerbetoon aan vrede en tolerantie alsmede een schop onder de kont van de gevestigde orde. Het zijn niet langer alleen moeder, schoolmeester, echtgenote en muziekindustrie die als "brick in the wall" fungeren maar ook religie, politiek en grootkapitaal trekken een muur op als decor voor een als Nazi uitgedoste Waters, die zijn publiek net als in 1980 een spiegel voorhoudt. "Are there any weak people here tonight? You better run like hell!"

Maar gelukkig ging ook nu de muur uiteindelijk onder groots en oorverdovend gebulder weer omver, hoorden we aan de andere kant lieflijke muziek en zagen we blije mensen. "Some hand in hand and some gathered together in bands. The bleeding hearts and artists make their stand." Dat laatste heeft Waters zeker gedaan. Middels de misschien wel meest spectaculaire rockshow ooit. Wat mij betreft in ieder geval één van de meest indrukwekkende sinds ik in 1982 mijn vuurdoop beleefde.

En nu maar hopen dat Henk en Ingrid ook op de tribune zaten, want de uiteindelijke conclusie is nog altijd dezelfde als dertig jaar geleden: "Fear builds walls!" Die van Waters ligt omver, nu al die anderen nog.

Want more, lees OOR. En Peter's weblog. Foto's hier, bewegende beelden op YouTube.

The Grande Mothers Re:Invented – Bosuil, Weert (27-3-2011)

Onder de noemer Grande Mothers Re:Invented houden de Frank Zappa alumni Napoleon Murphy Brock (zang, tenor sax, dwarsfluit), Don Preston (toetsen, zang) en Roy Estrada (bas, zang) de geest van de grootmeester, en dan met name diens Mothers Of Invention, al bijna negen jaar levend. En waarom ook niet? Alle drie drukten ze een stevig stempel op het Mothers-geluid en speelden ze (al dan niet samen) een fors platenrek aan Zappa-albums vol. Preston deed dat van 1967 tot 1974, Brock tussen 1973 en 1984. Oer-Mother Estrada was er al bij vanaf het prille begin in 1965, verliet The Mothers in 1969 maar dook tot diep in de jaren '80 nog geregeld op voor hand- en spandiensten. Het betreft dus niet de minste Mothers en dat was in Weert ook duidelijk te merken. Want, hoeveel sessiemuzikanten, projecten of coverbands zich ook op het werk van Zappa stortten, het bandgevoel dat The Grande Mothers uitstraalden benaderden ze nergens. De sound klopte, de songs klopten, het spelniveau was nog steeds hoogstaand en de vreugde spatte van het podium. Dit waren de mannen die de oorspronkelijke versies vertolkten en op wiens lijf deze ooit geschreven werden.

Aanvankelijk kwam het gezelschap een beetje stroef uit de startblokken maar gezien de hoge leeftijd mochten we vergevingsgezind zijn. Dat Preston een nummertje of drie nodig had om warm te draaien en alle toetsen op zijn keyboard te vinden nam niemand hem kwalijk. De goede man is per slot van rekening 78 jaar (maar wel bij de tijd, getuige een swingende solo op zijn iPhone). Eenmaal op gang gekomen was er echter weinig bejaards meer aan. Opgezweept door drummer Christopher "Beefheart" Garcia en van de nodige spierballen voorzien door het jonge gitaarwonder Robert Mangano raakten de Grande Mothers op stoom als in hun jonge jaren. Op hun best tijdens de swingende funky jazzrock uit het Roxy tijdperk maar minstens zo indrukwekkend tijdens de ingetogen gevoelige stukken. En die waren er zat, want Brock en zijn maten trakteerden op een setlist die net zo sterk als verrassend was. 'The Air', 'Twenty Small Cigars', 'Holiday In Berlin', 'Aybe Sea', 'Debra Kadabra'… Ik had ze stuk voor stuk niet verwacht. Uiteraard was het feest der herkenning het grootst tijdens publieksfavorieten als 'I Am The Slime', 'Big Swifty' en 'San Berdino' (dat uit de PA knalde alsof de band het gisteren opnam) maar het waren voor mij juist de kleinere pareltjes die de set ver boven die van de reguliere tribute band uittilden.

Aangezien Brock vijf jaar geleden deel uitmaakte van de eerste Zappa Plays Zappa tour is een vergelijking onontkoombaar. Zeker nadat de frontman er zelf de eerste aanzet toe gaf. "Five people! Can you believe that? Not twelve, not eight but five! […] That's because these people know how to play it right." Er zit duidelijk wat oud zeer bij Brock, die zich en passant openlijk afvraagt waarom "certain people" de langverwachte 'Roxy And Elsewhere' dvd maar niet willen uitbrengen. En dat zou ik inderdaad ook wel eens willen weten. Oud zeer of niet. The Grande Mothers wonnen het wat mij betreft nipt van Zappa Plays Zappa, op één klein minpuntje na. Als ik zondag in De Bosuil namelijk iets miste dan was het de zo kenmerkende marimba. Kom op heren, zo moeilijk kan het toch niet zijn om het telefoonnummer van Ruth Underwood te achterhalen.

Bovenstaande clip is van het optreden dat The Grande Mothers twee dagen eerder in Haarlem gaven. Meer daarvan hierrr.

Triggerfinger – Parkstad Limburg Theater, Heerlen (26-3-2011)

Ze ogen typisch Vlaams. Als een stelletje stripfiguren. De in knalblauw kostuum gestoken party-animal Mario Goossens achter zijn – tegen de podiumrand geplaatste – drumkit, de kolossale kale bassist Paul Van Bruystegem achter zijn foute zonnebril en de eigenzinnige master of ceremonies Ruben Block achter zijn grijze befteugels. Triggerfinger had ogenschijnlijk ontsproten kunnen zijn aan het brein van tekenaar Marc Sleen.

Muzikaal slalomt het trio als vanouds langs Motörhead, QOTSA, Stone Temple Pilots en Jon Spencer en met het puike album 'All This Dancin' Around' vers in de shops klinkt het ook compositorisch allemaal een stuk beter. Triggerfinger is dan ook terecht op zegetocht door Europa en sluit in Heerlen het Nederlandse deel van haar tour af in een met 1.300 bezoekers tot de nok gevulde Limburgzaal. Van meet af aan wordt het gaspedaal ingetrapt maar eentonig of zwaar over de top is het nergens. Block en co durven zich zowaar kwetsbaar op te stellen door af en toe de stilte en subtiliteit op te zoeken. En dat is zowaar geen makkie, ten overstaan van het asociale praatzieke Nederlandse publiek, dat ook in Heerlen weer de meest breekbare momenten weet te verstoren.

De band heeft inmiddels goed door wat het volk verwacht en speelt daar professioneel op in, zonder daarbij plichtmatig over te komen. Het spelplezier spat van het podium, het zweet druppelt in liters op de bühnevloer. Triggerfinger bewijst in Heerlen het clubcircuit definitief te zijn ontgroeid en weet qua presentatie ook in een middelgrote zaal als deze, de achterste rijen moeiteloos bij de les te houden. De rock klinkt vet en hard en de bijbehorende poses getuigen van een gezond vleugje zelfspot. Block en co weten blijkbaar precies waar ze staan en genieten met volle teugen. Net als het aanwezige publiek, dat het feest goed geluimd over zich heen laat komen.

Rock and roll never dies. Zeker niet zolang er bands als Triggerfinger bestaan. Thumbs up!

The Van Jets – Fenix, Sittard (18-3-2011)

Afkomstig uit Oostende. Winnaar van Rock Rally 2004. Helden van StuBru. Doorgedrongen tot 3FM. De handvol puike singles. Het prima album ‘Cat fit fury’. Als The Van Jets in de buurt zijn, zijn er voldoende redenen om ze te checken.

Het viertal rondom zanger/gitarist Johannes Verschaeve trapte in Sittard uitstekend af maar zakte vervolgens helaas een beetje in. Op haar best bliezen The Van Jets me met haar stevig aangezette mix van 70’s glamrock en Britse pop van de sokken maar ze wisten de aandacht niet altijd vast te houden. Daarvoor was de kwaliteit van de songs te afwisselend. Gelukkig kwam er ook in de mindere nummers steevast een moment dat Verschaeve’s gitaar aanzwelde en zich vet jankend een weg zocht tussen de akkoorden, waardoor ik er toch telkens weer van weerhouden werd om de bar op te zoeken of een praatje met mijn buurman te maken. Songs en sound herinnerden af en toe aan early seventies Bowie, die later zelf nog passeerde middels een pittige rockversie van ‘Fashion’. Wat verder opviel was dat The Van Jets ondanks hun neiging tot vuig rocken en flirten met garagerock altijd braaf binnen de lijntjes bleven. Dat had wat mij betreft net wat pittiger en rauwer gemogen.

Desondanks was het een fijn optreden. Niet groots, memorabel of indrukwekkend maar gewoon goed, gedegen en onderhoudend. 7 uit 10 zou de schoolmeester zeggen. De heren hadden er in ieder geval zelf veel zin in, ondanks dat het Sittardse publiek zich (alweer – wat zit er daar in het drinkwater?) van haar stugste kant toonde. Dat The Van Jets uiteindelijk na een spetterende finale toch gewoon als triomfator van het podium konden lopen, de ongeveer 100 aanwezigen tevreden achterlatend, zegt dan ook veel over de kwaliteiten van de band, die we ongetwijfeld nog op menig festival gaan tegenkomen. Onder een zomerzonnetje, met een vers pintje in de hand heerlijk meewiegen op een stukje ongecompliceerde rock. Ik zie het wel zitten. Next stop: Brookpop!

Noot: Bovenstaand filmpje is bij gebrek aan Sittardse filmers niet van Fenix maar vanuit de Bredase Mezz 1 dag eerder.