Train Kept A Rollin'

Ondanks de onheilspellende berichten op de radio, de rampscenario’s die me via internet bereikten en de onruststokende verhalen op het station, denderde mijn oude robuuste dieseltrein vanavond met vervaarlijk klapperende deuren nietsontziend voort door de bulderende storm. De vensters gegeseld door de slagregen, het treinstel schuddend door windkracht 10, zonder ook maar één minuut vertraging terwijl heel Nederland leek stil te staan. De muzikale ondersteuning van mijn iPod ontbrak deze keer, omdat de wind die langs de trein joeg indrukwekkend genoeg was en dat ene nummer dat continu door mijn hoofd spookte er toch niet op stond. Het woord is aan The Yardbirds, de aartsvaders van de rock as we know it. Filmpje.

Radio DFA

En het eerste kado onder de muzikale kerstboom is afkomstig uit New York City:
"Starting Wednesday December 20, Radio 4 is making available, for free streaming and download, Tim Goldsworthy’s previously unavailable ‘Loving Hand Dub Remix’ of ‘Packing Things Up On The Scene.’"  Dat betekent dus 100% Radio 4 en 50% DFA. Nieuwsgierig? Klik hier .

Carboon

In een vlaag van jeugdsentiment belandde hedenavond het debuut-album ‘Flazjelettentaire’ van De Janse Bagge Bend in de Headmusic stereo. Uit 1983, pittig, heerlijk ondergeproduceerd en dus mijlenver van de zouteloze dialectmeuk die mijn provincie later zou overspoelen. Politiek geëngageerd, vol rake observaties en inclusief strakke covers van The Stranglers, The Specials en Urban Heroes. Van die dingen… Toch was Janse Bagge niet de eerste Limburgse band die in haar eigen streektaal groot succes oogstte. Zanger Henk Steyvers stond namelijk ook al aan de wieg van de formatie Carboon, waarin hij in de jaren ’70 samen met enkele leden van de internationaal succesvolle The Walkers twee prachtige albums over de Zuid-Limburgse mijnhistorie vol speelde. Emotionele songs die verhaalden over het bikkelharde mijnwerkersleven en haar lieflijk groene plattelandsomgeving die in sneltreinvaart verstedelijkte, met alle gevolgen van dien. ‘Witse Nog Koempel’  uit 1976 behaalde binnen een jaar als eerste Nederlandse streektaal-album de gouden status en de prachtige songs van weleer staan tot op de dag van vandaag nog trots overeind. Omdat ze zo herkenbaar zijn, zo recht uit het hart komen en onomwonden de waarheid blootleggen. Rowwen Hèze’s Jack Poels verwoorde het ooit als "een splinter uit de ziel." Mooier kan ik het niet zeggen. Voor het eerst werd het Limburgse dialect gebruikt voor kritische zaken. De katholieke kerk, de beambten en de politiek moesten het ontgelden want "de here mit de cente hont et sjpek al lang geïnt, mar d’r jong mit de kap vrit de iëlend van de plint." Op ‘D’r Letste Koempel Deet De Lamp Oet‘ komen ook de rampzalige gevolgen van de mijnsluiting aan de orde: "Ver motte os noe bedanke bej Den Uyl en de KVP / Vuur de vakaturebanke en et pluusj op de WW". De albums zijn dertig jaar na verschijnen nog steeds mateloos populair in Heerlen en omstreken omdat de naweeën van de mijnsluiting nog steeds voelbaar zijn. Carboon sloot het hoofdstuk echter af om jaren later terug te komen met een album over de roemruchte bokkenrijderslegendes uit dezelfde streek. Niet zo hartverscheurend en gedrenkt in nostalgie, maar muzikaal minstens zo sterk als de beide Koempelplaten. De klok gaat wat verder terug maar de thematiek is deels gelijk gebleven: Limburg onder het juk van de hoge heren en de katholieke kerk. "Boe ze hange in de zach satiene kösses met ‘n dame of ‘nen heer nao hunne zin / Boe ze hange aon de takke van de eike, met gebraoke aoge en de kots nog op de kin" zingt Jean Innemee met krakende getergde stem over een stevig scheurende gitaar, terwijl men in het door Armand (!) geschreven ‘Bokkeriejers van Euvermaas’ even later duidelijk stelling neemt: "Ich zing uch van de bokkeriejers wie ze zin vertrap / Mer van de verlichting van Voltaire waor dat d’n eerste stap." Carboon zette zelf de eerste stap op het pad der Zuid-Limburgse dialectpop. Niet wetende dat in haar voetsporen uiteindelijk een diaree aan sentimentele, chauvinistische, carnavaleske, aalgladde en retecommerciële muzak zou volgen waarvoor ik het liefst de provinciegrens zou over trekken. Sinds de zegeningen van de digitale TV is het mij echter duidelijk dat het daar geen haar beter is.

Return To Childhood

When I hit the streets back in ’81 / Found a heart in the gutter and a poet’s crown / I felt barbed wire kisses and icicle tears / Where have I been for all these years? Eerst was er de indrukwekkende tour, later de net zo indrukwekkende dubbel cd en sinds de zomer is daar nog een DVD aan toegevoegd. Wegens andere muzikale prioriteiten belandde die laatste pas gisteren voor het eerst in de Headmusic DVD-speler. Veel te laat, zo bleek al snel, want naast de puike setlist geeft de in Paradiso opgenomen concertregistratie het Fish live-gevoel uitstekend weer. De immer miereneukende Marillionpuristen zullen wel weer vallen over de minieme zogenaamde muzikale onvolkomenheden maar dat is enkel om de puurheid en passie die Fish met zijn vertrek uit genoemde band heeft weggerukt te compenseren. Of om met Classic Rock Magazine te spreken: "live perfection isn’t necessary when Fish, as here in Amsterdam, is in full tormented poet mode." In tegenstelling tot de in Tilburg en Keulen opgenomen CD is er deze keer niet aan het geluid gesleuteld, met een eerlijke registratie als gevolg. 22 Fish en Marillion klassiekers waaronder een integrale uitvoering van de progrock mijlplaat ‘Misplaced Childhood‘ en drie nog oudere klassiekers: ‘Market Square Heroes’, ‘Fugazi’ en een ongekend sterke versie van ‘Incommunicado’, uitgevoerd door de in topvorm verkerende Fish die op welhaast aandoenlijke wijze geniet van de uitbundige publieksreactie. Volgend jaar ‘Clutching At Straws‘?

Hittegolf

Listen close, songs of love and revolution.
Sometimes we take a trip somwehere.
Was that the question?

Tropische temperaturen vragen om een aangepaste soundtrack. Vorig jaar trok ik als vanouds deze uit de kast maar vandaag heb ik andere klanken in mijn hoofd. Of het komt omdat ik de band voor het eerst zag in een bomvol piepklein Sittards café, waar men vanaf een podium van eettafelafmeting het verhitte publiek uren liet swingen terwijl de temperatuur alle grenzen van het toelaatbare oversteeg, weet ik niet, maar zodra de thermometer de dertig nadert krijg ik de onbedwingbare behoefte om "The Question" van The Slackers op te zetten. Ouderwetse jamaica ska, rocksteady, een vleugje reggae en dat allemaal New York based. Afwisselend, dampend, swingend en loom. Precies zoals het hoort op een dag als deze. Meer Slackers vind je hier.

These Are The Sad Songs

These are the sad songs, the broken words
These are the sad songs, the lies you’ve heard
These are the good times you keep inside
These are the good things that you can have if you try

Een band die we niet meer zullen tegenkomen op de zomerfestivals is Suede. Hoe jammer dat is bewijst Bojoura, die voor de liefhebbers wat obscuur en minder obscuur materiaal van Brett Anderson en co verzamelde via YouTube. Waarvoor dank.

Naked

And the name of this bar was Romen Fun. Een kleine twintig jaar geleden doorgaans bevolkt door een bonte mengelmoes aan clientèle. Van de gebruikelijke kroegtijgers tot de aldaar vergaderende middenstands-vereniging tot de lokale excentriekelingen tot de leden van de eigen tafelvoetbalvereniging en haar nietsvermoedende tegenstanders. En dus ook een groepje muziekminnende studenten die wekelijks een busreis van een half uur over hadden om een spannende avond te beleven in een kroeg waar je probleemloos je zelf meegebrachte cd’s uit de speakers kon laten schallen. Van een non-stop draaibeurt van bijvoorbeeld Pink Floyd dubbelaar ‘The Wall’ keek daar niemand op. Zoals er eigenlijk nooit iemand echt van iets opkeek. Al was het even schrikken toen juist in deze kroeg de eerste Acid House in de regio werd geïntroduceerd.
De muziek die mij echter het sterkst doet terugdenken aan die periode is het album ‘Naked‘ van Talking Heads. Omdat dit in de bewuste kroeg destijds met voorsprong de meest gedraaide cd was en ik op die manier de betreffende band ontdekte. Maar wellicht ook omdat David Byrne met de teksten en thema’s op deze plaat een treffend beeld schetste van de turbulente jaren ’80. “What he sees is a world in chaos, endangered by political madness, torn between animal instincts and the urge to civilize, teetering on the edge of apocalypse. As the album progresses, its mood shifts from cheerful to foreboding. Stylistically bold and intellectually provocative, Naked is a dizzying and disturbing piece of work.” Aldus Anthony Decurtis in april 1988 in Rolling Stone.
Talking Heads combineren op ‘Naked’ de complexe ritmische stijl van hun oudere albums met hun meer commerciële werk, overgoten met een soms Afrikaanse en dan weer Zuid-Amerikaanse saus met een unieke sound als gevolg. Het album start ogenschijnlijk vrolijk en zomers met ‘Mr. Jones’ en ‘Blind’ maar wordt gaandeweg donkerder van toonzetting, resulterend in het intens mooie ‘Cool Water’; een surrealistisch en gefragmenteerd pleidooi voor vriendschap en verdraagzaamheid. Op dat moment is het vooral ex-Smiths gitarist Johnny Marr die de show steelt nadat hij middels zijn intense en stuwende spel al enkele malen eerder de hoofdrol naar zich toetrok en het album op de meest cruciale momenten een extra dimensie meegaf.
Terug naar Anthony Decurtis: “The Chinese proverb ‘If there is no tiger in the mountains, the monkey will be king’ is printed on the jacket of Naked, and a framed portrait of a monkey adorns the cover. The human race consists of some pretty cool people, Naked seems to be saying, but it’s got a very destructive monkey on its back. Human survival is not guaranteed. With humor and good-hearted-ness, hope and fear, Talking Heads contemplate a world on the eve of destruction on this important record – and leave wide open the question of what the dawn will bring.”
Drie jaar later viel Talking Heads uit elkaar en niet lang daarna sloot Romen Fun haar deuren. What the dawn will bring weet ook bijna twintig jaar later nog niemand.

Koot en Beat

Uit mijn jeugd kan ik me nog heel goed de lange radio-uitzendingen herinneren waarin populaire muziek werd afgewisseld met conferences van de grote cabaretiers van weleer. Een combinatie die velen aan de radio gekluisterd hield en voor mijn vader aanleiding om zijn kersverse en (destijds) hypermoderne cassetterecorder op scherp te zetten met een indrukwekkende rij BASF en Philips tapes als gevolg. Jaren later mocht ik uit nostalgische overwegingen graag eens zo’n bandje uit de kast halen vanwege de combinatie Dizzy Man’s Band/Wim Sonneveld danwel Ivan Heylen/Wim Kan. Sinds kort onderga ik vrijwel dagelijks een vergelijkbare ervaring sinds ik de complete audiotheek van Koot & Bie naast de al bestaande playlist op mijn iPod (vanaf nu dus SimpelPod) heb gekwakt. De shuffle-stand zorgt vervolgens voor een bijzondere wisselwerking tussen (om maar eens iets te noemen) Lemmy en Tedje van Es, Pete Doherty en Walter de Rochebrune of Polyphonic Spree en de Positivo’s. Toch is het niet de combinatie humor en muziek die het meeste opzien baart maar het ongelofelijk hoge niveau van de muzikale bijdragen van het gewezen TV duo. Sterker nog; liedjes als ‘Zoek Jezelf’, ‘Weggewaaid’ of ‘Zo Vals Als Wat’ kunnen zich moeiteloos meten met het allerbeste dat veertig jaar Nederpop heeft voortgebracht en ondanks dat songs als ‘As The Sand’, ‘Ome Gijs’ en ‘Mannen Worden Ouder’ in wezen grappige doch pijnlijk rake parodieën zijn, doorstaan ze alle denkbare kwaliteitstests. ‘Rozen, Rumbonen & Rode Wijn’, ‘Pappa Rookt Niet Meer’, ‘Zwolle Zonder Dollen’… ik kan er geen genoeg van krijgen. Maar het meest overdonderd was ik toch wel door het heerlijk volvet swingende orgeltje in het obscure ‘Lekker Legbad‘ uit 1966. Groovy op z’n plat Haags! Zo groovy zelfs dat het plaatje ooit terecht kwam op een heuse Amerikaanse Nederbeat compilatie en aldaar werd gepresenteerd als “A great r&b-pounder which should be played very loud!” En zo is het maar net. “Effetjes de dagelèkse trubbels va je lèf spoeluh!”