About Marco Smeets

Information is not knowledge Knowledge is not wisdom Wisdom is not truth Truth is not beauty Beauty is not love Love is not music Music is the best (Frank Zappa, 1940 - 1993)

Roger Waters / The Wall – Gelredome, Arnhem (9-4-2011)

5606132311_7a34cb5e9a
Ik herinner me de foto's in de Hitkrant nog, dik dertig jaar geleden. Plaatjes die ik later nog vaak zou tegenkomen en waar ik als jochie al vol verwondering naar staarde. Foto's van een enorme muur, opgetrokken tussen band en publiek. Van een rockshow die zijn tijd zover vooruit was en net zo verliesgevend, dat ie slechts in vier steden werd opgevoerd. Voor mijn tijd en ver weg (dacht ik toen nog). De soundtrack had ik wel. Eerst op tape, later op vinyl en cd. Een indrukwekkende plaat met een bijzonder verhaal en ingenieus in elkaar verweven thema's. Mijn favoriete Floyd-album was het echter nooit, want op andere platen stonden nog betere songs en nog mooiere melodieën, maar desondanks was en bleef 'The Wall' een instituut en haar vormgeving intrigerend.

Op een warme lentedag in april 2011 was het dan eindelijk zover: Roger Waters (bassist, zanger en geestelijk vader van het hele concept) voerde The Wall op in Arnhem en ik was er bij. Zonder Pink Floyd (maar wel met Snowy White die in 1980 ook al meedeed), drie avonden op rij, de volledige show uit 1980 plus vele extra's. En het was precies zoals verwacht. Nee, het was zelfs beter. Muzikaal akelig perfect. Foutloos. Met de juiste power, de juiste feel én (op de plaats waar wij stonden) een perfect geluid.

Qua show zorgde een ingenieus high-tech projectiesysteem, naast de oorspronkelijke ingrediënten (mother, teacher, wife, flying pig, Stuka, vuurwerk, de animaties van Gerald Scarfe) voor een overrompelende extra dimensie. Het oorspronkelijke persoonlijke concept bleek deels ingeruild voor een meer algemene en politieke variant. Begrijpelijk, omdat een spektakel als dit, dat wereldwijd volle voetbalstadions moet trekken, een actuele aansprekende boodschap nodig heeft en Roger Waters tegenwoordig niet meer de afgestompte gedeprimeerde cynicus is van dertig jaar geleden. "I tore my own little wall down years ago." meldde hij in het Gelredome. Het is hem gegund. Al oogde het behoorlijk lachwekkend toen ie juist tijdens het sleutelnummer 'Comfortably Numb' in de spotlight de pias uithing terwijl het nummer een tegenovergesteld geluid liet horen en hij bovendien de show stal van de boven op de muur excellerende Robbie Wyckoff en Dave Kilminster, die getweeën respectievelijk de oorspronkelijke zanger en gitarist David Gilmour zowaar even deden vergeten. Op zich al een prestatie van de buitencategorie.

Anyway, deze enkele uitglijder van de blije Waters was wat mij betreft de enige smet op een verder perfecte rockshow. Een mega-event dat behalve verpletterde en vermaakte, ondersteund door krachtige beeldtaal poogde de 30.000 bezoekers iets mee te geven en aan het denken te zetten. The Wall 2011 is namelijk naast het verhaal van de geïsoleerde geflipte rockster vooral ook een eerbetoon aan vrede en tolerantie alsmede een schop onder de kont van de gevestigde orde. Het zijn niet langer alleen moeder, schoolmeester, echtgenote en muziekindustrie die als "brick in the wall" fungeren maar ook religie, politiek en grootkapitaal trekken een muur op als decor voor een als Nazi uitgedoste Waters, die zijn publiek net als in 1980 een spiegel voorhoudt. "Are there any weak people here tonight? You better run like hell!"

Maar gelukkig ging ook nu de muur uiteindelijk onder groots en oorverdovend gebulder weer omver, hoorden we aan de andere kant lieflijke muziek en zagen we blije mensen. "Some hand in hand and some gathered together in bands. The bleeding hearts and artists make their stand." Dat laatste heeft Waters zeker gedaan. Middels de misschien wel meest spectaculaire rockshow ooit. Wat mij betreft in ieder geval één van de meest indrukwekkende sinds ik in 1982 mijn vuurdoop beleefde.

En nu maar hopen dat Henk en Ingrid ook op de tribune zaten, want de uiteindelijke conclusie is nog altijd dezelfde als dertig jaar geleden: "Fear builds walls!" Die van Waters ligt omver, nu al die anderen nog.

Want more, lees OOR. En Peter's weblog. Foto's hier, bewegende beelden op YouTube.

The Grande Mothers Re:Invented – Bosuil, Weert (27-3-2011)

Onder de noemer Grande Mothers Re:Invented houden de Frank Zappa alumni Napoleon Murphy Brock (zang, tenor sax, dwarsfluit), Don Preston (toetsen, zang) en Roy Estrada (bas, zang) de geest van de grootmeester, en dan met name diens Mothers Of Invention, al bijna negen jaar levend. En waarom ook niet? Alle drie drukten ze een stevig stempel op het Mothers-geluid en speelden ze (al dan niet samen) een fors platenrek aan Zappa-albums vol. Preston deed dat van 1967 tot 1974, Brock tussen 1973 en 1984. Oer-Mother Estrada was er al bij vanaf het prille begin in 1965, verliet The Mothers in 1969 maar dook tot diep in de jaren '80 nog geregeld op voor hand- en spandiensten. Het betreft dus niet de minste Mothers en dat was in Weert ook duidelijk te merken. Want, hoeveel sessiemuzikanten, projecten of coverbands zich ook op het werk van Zappa stortten, het bandgevoel dat The Grande Mothers uitstraalden benaderden ze nergens. De sound klopte, de songs klopten, het spelniveau was nog steeds hoogstaand en de vreugde spatte van het podium. Dit waren de mannen die de oorspronkelijke versies vertolkten en op wiens lijf deze ooit geschreven werden.

Aanvankelijk kwam het gezelschap een beetje stroef uit de startblokken maar gezien de hoge leeftijd mochten we vergevingsgezind zijn. Dat Preston een nummertje of drie nodig had om warm te draaien en alle toetsen op zijn keyboard te vinden nam niemand hem kwalijk. De goede man is per slot van rekening 78 jaar (maar wel bij de tijd, getuige een swingende solo op zijn iPhone). Eenmaal op gang gekomen was er echter weinig bejaards meer aan. Opgezweept door drummer Christopher "Beefheart" Garcia en van de nodige spierballen voorzien door het jonge gitaarwonder Robert Mangano raakten de Grande Mothers op stoom als in hun jonge jaren. Op hun best tijdens de swingende funky jazzrock uit het Roxy tijdperk maar minstens zo indrukwekkend tijdens de ingetogen gevoelige stukken. En die waren er zat, want Brock en zijn maten trakteerden op een setlist die net zo sterk als verrassend was. 'The Air', 'Twenty Small Cigars', 'Holiday In Berlin', 'Aybe Sea', 'Debra Kadabra'… Ik had ze stuk voor stuk niet verwacht. Uiteraard was het feest der herkenning het grootst tijdens publieksfavorieten als 'I Am The Slime', 'Big Swifty' en 'San Berdino' (dat uit de PA knalde alsof de band het gisteren opnam) maar het waren voor mij juist de kleinere pareltjes die de set ver boven die van de reguliere tribute band uittilden.

Aangezien Brock vijf jaar geleden deel uitmaakte van de eerste Zappa Plays Zappa tour is een vergelijking onontkoombaar. Zeker nadat de frontman er zelf de eerste aanzet toe gaf. "Five people! Can you believe that? Not twelve, not eight but five! […] That's because these people know how to play it right." Er zit duidelijk wat oud zeer bij Brock, die zich en passant openlijk afvraagt waarom "certain people" de langverwachte 'Roxy And Elsewhere' dvd maar niet willen uitbrengen. En dat zou ik inderdaad ook wel eens willen weten. Oud zeer of niet. The Grande Mothers wonnen het wat mij betreft nipt van Zappa Plays Zappa, op één klein minpuntje na. Als ik zondag in De Bosuil namelijk iets miste dan was het de zo kenmerkende marimba. Kom op heren, zo moeilijk kan het toch niet zijn om het telefoonnummer van Ruth Underwood te achterhalen.

Bovenstaande clip is van het optreden dat The Grande Mothers twee dagen eerder in Haarlem gaven. Meer daarvan hierrr.

Triggerfinger – Parkstad Limburg Theater, Heerlen (26-3-2011)

Ze ogen typisch Vlaams. Als een stelletje stripfiguren. De in knalblauw kostuum gestoken party-animal Mario Goossens achter zijn – tegen de podiumrand geplaatste – drumkit, de kolossale kale bassist Paul Van Bruystegem achter zijn foute zonnebril en de eigenzinnige master of ceremonies Ruben Block achter zijn grijze befteugels. Triggerfinger had ogenschijnlijk ontsproten kunnen zijn aan het brein van tekenaar Marc Sleen.

Muzikaal slalomt het trio als vanouds langs Motörhead, QOTSA, Stone Temple Pilots en Jon Spencer en met het puike album 'All This Dancin' Around' vers in de shops klinkt het ook compositorisch allemaal een stuk beter. Triggerfinger is dan ook terecht op zegetocht door Europa en sluit in Heerlen het Nederlandse deel van haar tour af in een met 1.300 bezoekers tot de nok gevulde Limburgzaal. Van meet af aan wordt het gaspedaal ingetrapt maar eentonig of zwaar over de top is het nergens. Block en co durven zich zowaar kwetsbaar op te stellen door af en toe de stilte en subtiliteit op te zoeken. En dat is zowaar geen makkie, ten overstaan van het asociale praatzieke Nederlandse publiek, dat ook in Heerlen weer de meest breekbare momenten weet te verstoren.

De band heeft inmiddels goed door wat het volk verwacht en speelt daar professioneel op in, zonder daarbij plichtmatig over te komen. Het spelplezier spat van het podium, het zweet druppelt in liters op de bühnevloer. Triggerfinger bewijst in Heerlen het clubcircuit definitief te zijn ontgroeid en weet qua presentatie ook in een middelgrote zaal als deze, de achterste rijen moeiteloos bij de les te houden. De rock klinkt vet en hard en de bijbehorende poses getuigen van een gezond vleugje zelfspot. Block en co weten blijkbaar precies waar ze staan en genieten met volle teugen. Net als het aanwezige publiek, dat het feest goed geluimd over zich heen laat komen.

Rock and roll never dies. Zeker niet zolang er bands als Triggerfinger bestaan. Thumbs up!

The Van Jets – Fenix, Sittard (18-3-2011)

Afkomstig uit Oostende. Winnaar van Rock Rally 2004. Helden van StuBru. Doorgedrongen tot 3FM. De handvol puike singles. Het prima album ‘Cat fit fury’. Als The Van Jets in de buurt zijn, zijn er voldoende redenen om ze te checken.

Het viertal rondom zanger/gitarist Johannes Verschaeve trapte in Sittard uitstekend af maar zakte vervolgens helaas een beetje in. Op haar best bliezen The Van Jets me met haar stevig aangezette mix van 70’s glamrock en Britse pop van de sokken maar ze wisten de aandacht niet altijd vast te houden. Daarvoor was de kwaliteit van de songs te afwisselend. Gelukkig kwam er ook in de mindere nummers steevast een moment dat Verschaeve’s gitaar aanzwelde en zich vet jankend een weg zocht tussen de akkoorden, waardoor ik er toch telkens weer van weerhouden werd om de bar op te zoeken of een praatje met mijn buurman te maken. Songs en sound herinnerden af en toe aan early seventies Bowie, die later zelf nog passeerde middels een pittige rockversie van ‘Fashion’. Wat verder opviel was dat The Van Jets ondanks hun neiging tot vuig rocken en flirten met garagerock altijd braaf binnen de lijntjes bleven. Dat had wat mij betreft net wat pittiger en rauwer gemogen.

Desondanks was het een fijn optreden. Niet groots, memorabel of indrukwekkend maar gewoon goed, gedegen en onderhoudend. 7 uit 10 zou de schoolmeester zeggen. De heren hadden er in ieder geval zelf veel zin in, ondanks dat het Sittardse publiek zich (alweer – wat zit er daar in het drinkwater?) van haar stugste kant toonde. Dat The Van Jets uiteindelijk na een spetterende finale toch gewoon als triomfator van het podium konden lopen, de ongeveer 100 aanwezigen tevreden achterlatend, zegt dan ook veel over de kwaliteiten van de band, die we ongetwijfeld nog op menig festival gaan tegenkomen. Onder een zomerzonnetje, met een vers pintje in de hand heerlijk meewiegen op een stukje ongecompliceerde rock. Ik zie het wel zitten. Next stop: Brookpop!

Noot: Bovenstaand filmpje is bij gebrek aan Sittardse filmers niet van Fenix maar vanuit de Bredase Mezz 1 dag eerder.

The Van Jets – Fenix, Sittard (18-3-2011)

Afkomstig uit Oostende. Winnaar van Rock Rally 2004. Helden van StuBru. Doorgedrongen tot 3FM. De handvol puike singles. Het prima album 'Cat fit fury'. Als The Van Jets in de buurt zijn zijn er voldoende redenen om ze te checken.

Het viertal rondom zanger/gitarist Johannes Verschaeve trapte in Sittard uitstekend af maar zakte vervolgens helaas een beetje in. Op haar best bliezen The Van Jets me met haar stevig aangezette mix van 70's glamrock en Britse pop van de sokken maar ze wisten de aandacht niet altijd vast te houden. Daarvoor was de kwaliteit van de songs te afwisselend. Gelukkig kwam er ook in de mindere nummers steevast een moment dat Verschaeve's gitaar aanzwelde en zich vet jankend een weg zocht tussen de akkoorden, waardoor ik er toch telkens weer van weerhouden werd om de bar op te zoeken of een praatje met mijn buurman te maken. Songs en sound herinnerden af en toe aan early seventies Bowie, die later zelf nog passeerde middels een pittige rockversie van 'Fashion'. Wat verder opviel was dat The Van Jets ondanks hun neiging tot vuig rocken en flirten met garagerock altijd braaf binnen de lijntjes bleven. Dat had wat mij betreft net wat pittiger en rauwer gemogen.

Desondanks was het een fijn optreden. Niet groots, memorabel of indrukwekkend maar gewoon goed, gedegen en onderhoudend. 7 uit 10 zou de schoolmeester zeggen. De heren hadden er in ieder geval zelf veel zin in, ondanks dat het Sittardse publiek zich (alweer – wat zit er daar in het drinkwater?) van haar stugste kant toonde. Dat The Van Jets uiteindelijk na een spetterende finale toch gewoon als triomfator van het podium konden lopen, de ongeveer 100 aanwezigen tevreden achterlatend, zegt dan ook veel over de kwaliteiten van de band, die we ongetwijfeld nog op menig festival gaan tegenkomen. Onder een zomerzonnetje, met een vers pintje in de hand heerlijk meewiegen op een stukje ongecomliceerde rock. Ik zie het wel zitten. Next stop: Brookpop!

Noot: Bovenstaand filmpje is bij gebrek aan Sittardse filmers niet van Fenix maar vanuit de Bredase Mezz 1 dag eerder.

Dazzled Kid – De Nieuwe Nor, Heerlen (17-3-2011)

Met Voicst heb ik nooit iets gehad maar het album ‘Fire Needs Air’, waarmee diens voorman Tjeerd Bomhof als Dazzled Kid onlangs op de proppen kwam, verraste me in grote mate. Frisse popsongs met internationale allure, muzikaal avontuurlijk en op aanstekelijke wijze uitgevoerd. Het kan dus blijkbaar wél in dit door Kane-diarree, Borsato-galm en Bløf-rijmelarij geteisterde kikkerlandje.

De vraag was dan ook of Dazzled Kid live eveneens zou weten te overtuigen. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: het antwoord is ja. Samen met zijn enthousiaste zeskoppige band nam Bomhof het Heerlense publiek bij de hand voor een muzikale reis vol surprises, kwinkslagen én uitstekende liedjes. Intieme ballads, punky popsongs, loepzuivere samenzang, een voorzichtige polka, relaxte jazzy passages en met een belangrijke rol voor de percussie. En da’s niet vreemd met drummer Bram Hakkens (Kyteman’s Hiphop Orkest) en de Schotse rammelkunstenaar Alan Purves in de gelederen. En dan is er nog Marc Constandse die ritmisch hand- en spandiensten verricht maar vooral met zijn bandoneon een stevige stempel op het groepsgeluid drukt. Dazzled Kid deed me af en toe aan The Nits denken en dat mag hij als een compliment beschouwen.

Kortom: the Kid is van vele markten thuis. De songs van ‘Fire Needs Air’ wonnen live aan sfeer en diepgang en het spectrum van de band bleek nog breder dan gedacht. De sympathieke Bomhof oogde relaxt, babbelde losjes met het publiek, kwam geestig uit de hoek en bezat een voor een Amsterdammer ongekende dosis bescheidenheid. Na de reguliere set bracht hij zittend op de rand van het podium, onversterkt, een breekbare versie van Bill Withers’ ‘Ain’t No Sunshine’ ten gehore om daarna mét band en een stevig rockende doch swingende versie van Urban Dance Squad’s ‘Deeper Shade Of Soul’ afscheid te nemen en nogmaals te onderstrepen dat zijn plek op Pinkpop, iets verderop, een terechte is. I’ll be there!

Clan Of Xymox – Fenix, Sittard (25-2-2011)

Anderhalf jaar na haar overdonderende show in de Nieuwe Nor had Poppodium Fenix 15 km noordelijker afgelopen vrijdag de eer om de Nederlandse new wave gigant Clan Of Xymox te ontvangen. Vanwege succes opnieuw in mijn agenda, deze keer met heel wat hogere verwachtingen dan destijds. Verwachtingen die netjes werden ingelost, al was de verrassing er natuurlijk wel vanaf. Wegens gebrek aan een nieuw album zat er nogal wat overlap in de setlist maar gezien het hoge niveau van het materiaal maakte dat eigenlijk niet zoveel uit. En dus zou ik hier kunnen volstaan met een herhaling van zetten: The Cure, New Order en Sisters Of Mercy, electro-gothic-industrial-dark-dance-wave, ‘A Day’, ‘Heroes’, etc. etc. De bekende ingrediënten met hetzelfde resultaat: een duister zweef-, zwalk,- en swingfeest voor een enthousiast en deels in passende klederdracht gestoken publiek dat (hoewel aarzelend op gang gekomen en wat minder uitbundig als in Heerlen) de band tot drie keer toe liet terugkeren voor een toegift. Goede band, sterk optreden, leuk feest. Volgende keer weer? You bet!

Voor een uitgebreid verslag van The Clan in Sittard verwijs ik je graag door naar Indindo.

DeWolff – Nieuwe Nor, Heerlen (4-2-2011)

Tijdens het optreden van DeWolff schieten de slotwoorden van vorige week door mijn hoofd "het wordt weer eens tijd voor wat jongs. DeWolff bijvoorbeeld." DeWolff mag dan inderdaad jong zijn (de jongste van de roedel is 16), de gemiddelde leeftijd in de zaal is minstens zo hoog als de week daarvoor.

Vreemd is dat natuurlijk niet want de muzikale vijver waarin het Geleense drietal vist werd ergen tussen 1969 en 1972 gegraven. Daarbij klinkt DeWolff ook nog eens dermate authentiek antiek dat je je met de ogen dicht niet kunt voorstellen met een stel jeugdige snotapen van doen te hebben. DeWolff klínkt namelijk niet als een psychedelische sixties/seventiesband, ze ís er daadwerkelijk één. Niet de blazende hammond of jankende gitaar maar de pure bezieling vormt het hoofdbestanddeel van haar onweerstaanbare recept. En ja, het klinkt af en toe behoorlijk als de oude Deep Purple. En ja, The Doors, Led Zeppelin en Cream staan thuis in de slaapkamer ongetwijfeld vooraan in de platenkast. De originaliteitsprijs zal DeWolff dan ook nooit in de wacht slepen maar het zou anderzijds veel te kort door de bocht zijn om DeWolff als een soort retro/tributeband neer te zetten. Daarvoor is de intensiteit te groot en de kwaliteit te hoog.

Toch moet het trio ervoor waken om niet te snel in de Arrow Classic Rock-hoek terecht te komen. De scheidslijn tussen retrorock en golden-oldie-novelty is immers vaak een dunne. En het valt bovendien niet te ontkennen dat een aanzienlijk deel van het publiek in de Nieuwe Nor vooral geniet van haar trip terug in de tijd in plaats van die drie blagen die op het podium voor een uitverkocht huis de kloten van hun lijf staan te spelen. Wat meer eigen smoel lijkt in de toekomst dan ook gewenst. Misschien dat frontman Pablo de zaal dan tijdens een volgende tour dan niet meer als "dames en heren" en in de u-vorm hoeft aan te spreken.

Maar what the fuck?! We leven right here right now en op dit moment is DeWolff niet minder dan een bezeten, bevlogen, dampende, stampende, pompende, jengelende, beukende en hete rockband op stoom. Heren en dames festivalprogrammeurs, u bent gek als u DeWolff niet snel aan uw line-up toevoegt.

Want more? Blog Party was er ook net als fotograaf Luc Lodder.

Chameleons Vox, Nieuwe Nor – Heerlen (29-1-2011)

De overeenkomsten met het optreden van The Beat, een week geleden, waren opvallend. Een band die in de vroege jaren ’80 haar top bereikte, wiens originele zanger en drummer zo’n dertig jaar later de klok even proberen terug te zetten. En ook nu hadden we geen idee wat te verwachten en werden we mede daardoor van onze sokken geblazen.

Nadat de originele Chameleons in 2003 na een korte wederopstanding (de band stopte al eerder in 1987) definitief de handdoek in de ring gooiden besloten zanger/bassist Mark Burgess en drummer John Lever in 2009 als Chameleons Vox het oude invloedrijke werk terug naar de podia te brengen. Zo ook in Heerlen, waar de oer-Chameleons, bijgestaan door leden van de eveneens uit Manchester afkomstige indieband Bushart, de volgestroomde Nieuwe Nor aandeden voor een avond pure nostalgie.

De duistere gitaarklanken, de ironische teksten en een bedwelmende deken van zweverige gitaareffecten. Strak, onheilspellend, melodieus, steevast in mineur en bij tijd en wijle vet swingend. The Chameleons klonken dus als vanouds en trapten met ‘A Person Isn’t Safe Anywhere These Days’, ‘Paper Tigers’ en ‘Monkeyland’ voortvarend af. Halverwege de set verdween gaandeweg de variatie en dreigde één en ander heel even in te kakken, maar man oh man wat sloegen Burgess en co keihard terug in de slotfase (‘Singing Rule Britannia While The Walls Close In’, ‘Second Skin’) gevolgd door een onvervalste hattrick in de toegift: ‘Swamp Thing’, ‘Up The Down Escalator,’ ‘Don’t Fall’… De knock out was een feit.

Waar bekende navolgers als Editors, Interpol en White Lies stuk voor stuk opschoven naar het veilige midden van de weg liet Chameleons Vox horen hoe het ook had gekund. Anyway, de erfgenamen doen het tegenwoordig in de grote arena’s waar de cultheld Burgess nog steeds zijn rondjes draait in het clubcircuit. Zelf lijkt hij daar niet mee te zitten. Na afloop stond hij dan ook zichtbaar na te genieten tijdens een obscuur dampende en stampende afterparty met de onvolprezen DJ Kitty, die het door de zanger geprezen Heerlen tot in de kleine uurtjes op haar grondvesten liet schudden.

En zo kwam er een einde aan alweer een nostalgisch topconcert maar wordt het stilaan wel weer eens tijd voor wat jongs. DeWolff bijvoorbeeld, over vier dagen op dezelfde locatie. Zin in!

Meer over Chameleons Vox in Heerlen bij Blog Party en Indindo. De foto’s van Nieuwe Nor’s huisfotograaf Luc Lodder vind je hier.

The Beat, Fenix – Sittard (21-1-2011)

5384262626_4431254765
Goh, The Beat. Da's nog eens jeugdsentiment. Dat ze nog bestaan. En wat zou er nog over zijn van de Birminghamse ska-topper van weleer? Toaster/zanger Ranking Roger en drummer Everett Morton dus, en dat blijkt in Sittard meer dan voldoende om de glorietijden van weleer te laten herleven.

Roger wordt terzijde gestaan door zijn zoon Ranking Junior en Mickey Billingham (Dexys Midnight Runners) completeert de band. Het zijn echter de huurlingen Simeon Murray op saxofoon en bassist Andy Pearson die de zaak naar het allerhoogste niveau tillen. Murray is in staat te toeteren als zijn illustere en legendarische voorganger Saxa, waar Pearson (niet voor niets ook geregeld op de loonlijst van The Toasters) de skatrein meedogenloos in volle vaart laat doordenderen alsof het nog altijd 1979 is. De zaal is matig gevuld, maar het feest is er niet minder om.

Het zijn de oudste successen die het vuur het hoogst opstoken en The Beat kan het zich gewoon permitteren om haar grootste hit te negeren. Geen 'Can't Get Used To Losing You' derhalve maar niemand die erom maalt. De beide Rankings genieten zichtbaar van het publiek, de muziek en elkaar en The Beat klinkt ook in 2011 nog gewoon zoals het hoort. Onversneden ouderwetse Britse ska met een hele grote hoofdletter, die – en lezen de heren Smeets en Chokri even mee – niet zou misstaan in een zomerse festivaltent.

Een feestelijk, verrassend en in alle opzichten uitstekend begin van mijn concertjaar. What a joy, what a joy, what a joyful sound.

Foto: Bart Notermans. Meer hierrr.