The Grande Mothers Re:Invented – Bosuil, Weert (27-3-2011)

Onder de noemer Grande Mothers Re:Invented houden de Frank Zappa alumni Napoleon Murphy Brock (zang, tenor sax, dwarsfluit), Don Preston (toetsen, zang) en Roy Estrada (bas, zang) de geest van de grootmeester, en dan met name diens Mothers Of Invention, al bijna negen jaar levend. En waarom ook niet? Alle drie drukten ze een stevig stempel op het Mothers-geluid en speelden ze (al dan niet samen) een fors platenrek aan Zappa-albums vol. Preston deed dat van 1967 tot 1974, Brock tussen 1973 en 1984. Oer-Mother Estrada was er al bij vanaf het prille begin in 1965, verliet The Mothers in 1969 maar dook tot diep in de jaren '80 nog geregeld op voor hand- en spandiensten. Het betreft dus niet de minste Mothers en dat was in Weert ook duidelijk te merken. Want, hoeveel sessiemuzikanten, projecten of coverbands zich ook op het werk van Zappa stortten, het bandgevoel dat The Grande Mothers uitstraalden benaderden ze nergens. De sound klopte, de songs klopten, het spelniveau was nog steeds hoogstaand en de vreugde spatte van het podium. Dit waren de mannen die de oorspronkelijke versies vertolkten en op wiens lijf deze ooit geschreven werden.

Aanvankelijk kwam het gezelschap een beetje stroef uit de startblokken maar gezien de hoge leeftijd mochten we vergevingsgezind zijn. Dat Preston een nummertje of drie nodig had om warm te draaien en alle toetsen op zijn keyboard te vinden nam niemand hem kwalijk. De goede man is per slot van rekening 78 jaar (maar wel bij de tijd, getuige een swingende solo op zijn iPhone). Eenmaal op gang gekomen was er echter weinig bejaards meer aan. Opgezweept door drummer Christopher "Beefheart" Garcia en van de nodige spierballen voorzien door het jonge gitaarwonder Robert Mangano raakten de Grande Mothers op stoom als in hun jonge jaren. Op hun best tijdens de swingende funky jazzrock uit het Roxy tijdperk maar minstens zo indrukwekkend tijdens de ingetogen gevoelige stukken. En die waren er zat, want Brock en zijn maten trakteerden op een setlist die net zo sterk als verrassend was. 'The Air', 'Twenty Small Cigars', 'Holiday In Berlin', 'Aybe Sea', 'Debra Kadabra'… Ik had ze stuk voor stuk niet verwacht. Uiteraard was het feest der herkenning het grootst tijdens publieksfavorieten als 'I Am The Slime', 'Big Swifty' en 'San Berdino' (dat uit de PA knalde alsof de band het gisteren opnam) maar het waren voor mij juist de kleinere pareltjes die de set ver boven die van de reguliere tribute band uittilden.

Aangezien Brock vijf jaar geleden deel uitmaakte van de eerste Zappa Plays Zappa tour is een vergelijking onontkoombaar. Zeker nadat de frontman er zelf de eerste aanzet toe gaf. "Five people! Can you believe that? Not twelve, not eight but five! […] That's because these people know how to play it right." Er zit duidelijk wat oud zeer bij Brock, die zich en passant openlijk afvraagt waarom "certain people" de langverwachte 'Roxy And Elsewhere' dvd maar niet willen uitbrengen. En dat zou ik inderdaad ook wel eens willen weten. Oud zeer of niet. The Grande Mothers wonnen het wat mij betreft nipt van Zappa Plays Zappa, op één klein minpuntje na. Als ik zondag in De Bosuil namelijk iets miste dan was het de zo kenmerkende marimba. Kom op heren, zo moeilijk kan het toch niet zijn om het telefoonnummer van Ruth Underwood te achterhalen.

Bovenstaande clip is van het optreden dat The Grande Mothers twee dagen eerder in Haarlem gaven. Meer daarvan hierrr.

Triggerfinger – Parkstad Limburg Theater, Heerlen (26-3-2011)

Ze ogen typisch Vlaams. Als een stelletje stripfiguren. De in knalblauw kostuum gestoken party-animal Mario Goossens achter zijn – tegen de podiumrand geplaatste – drumkit, de kolossale kale bassist Paul Van Bruystegem achter zijn foute zonnebril en de eigenzinnige master of ceremonies Ruben Block achter zijn grijze befteugels. Triggerfinger had ogenschijnlijk ontsproten kunnen zijn aan het brein van tekenaar Marc Sleen.

Muzikaal slalomt het trio als vanouds langs Motörhead, QOTSA, Stone Temple Pilots en Jon Spencer en met het puike album 'All This Dancin' Around' vers in de shops klinkt het ook compositorisch allemaal een stuk beter. Triggerfinger is dan ook terecht op zegetocht door Europa en sluit in Heerlen het Nederlandse deel van haar tour af in een met 1.300 bezoekers tot de nok gevulde Limburgzaal. Van meet af aan wordt het gaspedaal ingetrapt maar eentonig of zwaar over de top is het nergens. Block en co durven zich zowaar kwetsbaar op te stellen door af en toe de stilte en subtiliteit op te zoeken. En dat is zowaar geen makkie, ten overstaan van het asociale praatzieke Nederlandse publiek, dat ook in Heerlen weer de meest breekbare momenten weet te verstoren.

De band heeft inmiddels goed door wat het volk verwacht en speelt daar professioneel op in, zonder daarbij plichtmatig over te komen. Het spelplezier spat van het podium, het zweet druppelt in liters op de bühnevloer. Triggerfinger bewijst in Heerlen het clubcircuit definitief te zijn ontgroeid en weet qua presentatie ook in een middelgrote zaal als deze, de achterste rijen moeiteloos bij de les te houden. De rock klinkt vet en hard en de bijbehorende poses getuigen van een gezond vleugje zelfspot. Block en co weten blijkbaar precies waar ze staan en genieten met volle teugen. Net als het aanwezige publiek, dat het feest goed geluimd over zich heen laat komen.

Rock and roll never dies. Zeker niet zolang er bands als Triggerfinger bestaan. Thumbs up!

The Van Jets – Fenix, Sittard (18-3-2011)

Afkomstig uit Oostende. Winnaar van Rock Rally 2004. Helden van StuBru. Doorgedrongen tot 3FM. De handvol puike singles. Het prima album ‘Cat fit fury’. Als The Van Jets in de buurt zijn, zijn er voldoende redenen om ze te checken.

Het viertal rondom zanger/gitarist Johannes Verschaeve trapte in Sittard uitstekend af maar zakte vervolgens helaas een beetje in. Op haar best bliezen The Van Jets me met haar stevig aangezette mix van 70’s glamrock en Britse pop van de sokken maar ze wisten de aandacht niet altijd vast te houden. Daarvoor was de kwaliteit van de songs te afwisselend. Gelukkig kwam er ook in de mindere nummers steevast een moment dat Verschaeve’s gitaar aanzwelde en zich vet jankend een weg zocht tussen de akkoorden, waardoor ik er toch telkens weer van weerhouden werd om de bar op te zoeken of een praatje met mijn buurman te maken. Songs en sound herinnerden af en toe aan early seventies Bowie, die later zelf nog passeerde middels een pittige rockversie van ‘Fashion’. Wat verder opviel was dat The Van Jets ondanks hun neiging tot vuig rocken en flirten met garagerock altijd braaf binnen de lijntjes bleven. Dat had wat mij betreft net wat pittiger en rauwer gemogen.

Desondanks was het een fijn optreden. Niet groots, memorabel of indrukwekkend maar gewoon goed, gedegen en onderhoudend. 7 uit 10 zou de schoolmeester zeggen. De heren hadden er in ieder geval zelf veel zin in, ondanks dat het Sittardse publiek zich (alweer – wat zit er daar in het drinkwater?) van haar stugste kant toonde. Dat The Van Jets uiteindelijk na een spetterende finale toch gewoon als triomfator van het podium konden lopen, de ongeveer 100 aanwezigen tevreden achterlatend, zegt dan ook veel over de kwaliteiten van de band, die we ongetwijfeld nog op menig festival gaan tegenkomen. Onder een zomerzonnetje, met een vers pintje in de hand heerlijk meewiegen op een stukje ongecompliceerde rock. Ik zie het wel zitten. Next stop: Brookpop!

Noot: Bovenstaand filmpje is bij gebrek aan Sittardse filmers niet van Fenix maar vanuit de Bredase Mezz 1 dag eerder.

The Van Jets – Fenix, Sittard (18-3-2011)

Afkomstig uit Oostende. Winnaar van Rock Rally 2004. Helden van StuBru. Doorgedrongen tot 3FM. De handvol puike singles. Het prima album 'Cat fit fury'. Als The Van Jets in de buurt zijn zijn er voldoende redenen om ze te checken.

Het viertal rondom zanger/gitarist Johannes Verschaeve trapte in Sittard uitstekend af maar zakte vervolgens helaas een beetje in. Op haar best bliezen The Van Jets me met haar stevig aangezette mix van 70's glamrock en Britse pop van de sokken maar ze wisten de aandacht niet altijd vast te houden. Daarvoor was de kwaliteit van de songs te afwisselend. Gelukkig kwam er ook in de mindere nummers steevast een moment dat Verschaeve's gitaar aanzwelde en zich vet jankend een weg zocht tussen de akkoorden, waardoor ik er toch telkens weer van weerhouden werd om de bar op te zoeken of een praatje met mijn buurman te maken. Songs en sound herinnerden af en toe aan early seventies Bowie, die later zelf nog passeerde middels een pittige rockversie van 'Fashion'. Wat verder opviel was dat The Van Jets ondanks hun neiging tot vuig rocken en flirten met garagerock altijd braaf binnen de lijntjes bleven. Dat had wat mij betreft net wat pittiger en rauwer gemogen.

Desondanks was het een fijn optreden. Niet groots, memorabel of indrukwekkend maar gewoon goed, gedegen en onderhoudend. 7 uit 10 zou de schoolmeester zeggen. De heren hadden er in ieder geval zelf veel zin in, ondanks dat het Sittardse publiek zich (alweer – wat zit er daar in het drinkwater?) van haar stugste kant toonde. Dat The Van Jets uiteindelijk na een spetterende finale toch gewoon als triomfator van het podium konden lopen, de ongeveer 100 aanwezigen tevreden achterlatend, zegt dan ook veel over de kwaliteiten van de band, die we ongetwijfeld nog op menig festival gaan tegenkomen. Onder een zomerzonnetje, met een vers pintje in de hand heerlijk meewiegen op een stukje ongecomliceerde rock. Ik zie het wel zitten. Next stop: Brookpop!

Noot: Bovenstaand filmpje is bij gebrek aan Sittardse filmers niet van Fenix maar vanuit de Bredase Mezz 1 dag eerder.

Dazzled Kid – De Nieuwe Nor, Heerlen (17-3-2011)

Met Voicst heb ik nooit iets gehad maar het album ‘Fire Needs Air’, waarmee diens voorman Tjeerd Bomhof als Dazzled Kid onlangs op de proppen kwam, verraste me in grote mate. Frisse popsongs met internationale allure, muzikaal avontuurlijk en op aanstekelijke wijze uitgevoerd. Het kan dus blijkbaar wél in dit door Kane-diarree, Borsato-galm en Bløf-rijmelarij geteisterde kikkerlandje.

De vraag was dan ook of Dazzled Kid live eveneens zou weten te overtuigen. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: het antwoord is ja. Samen met zijn enthousiaste zeskoppige band nam Bomhof het Heerlense publiek bij de hand voor een muzikale reis vol surprises, kwinkslagen én uitstekende liedjes. Intieme ballads, punky popsongs, loepzuivere samenzang, een voorzichtige polka, relaxte jazzy passages en met een belangrijke rol voor de percussie. En da’s niet vreemd met drummer Bram Hakkens (Kyteman’s Hiphop Orkest) en de Schotse rammelkunstenaar Alan Purves in de gelederen. En dan is er nog Marc Constandse die ritmisch hand- en spandiensten verricht maar vooral met zijn bandoneon een stevige stempel op het groepsgeluid drukt. Dazzled Kid deed me af en toe aan The Nits denken en dat mag hij als een compliment beschouwen.

Kortom: the Kid is van vele markten thuis. De songs van ‘Fire Needs Air’ wonnen live aan sfeer en diepgang en het spectrum van de band bleek nog breder dan gedacht. De sympathieke Bomhof oogde relaxt, babbelde losjes met het publiek, kwam geestig uit de hoek en bezat een voor een Amsterdammer ongekende dosis bescheidenheid. Na de reguliere set bracht hij zittend op de rand van het podium, onversterkt, een breekbare versie van Bill Withers’ ‘Ain’t No Sunshine’ ten gehore om daarna mét band en een stevig rockende doch swingende versie van Urban Dance Squad’s ‘Deeper Shade Of Soul’ afscheid te nemen en nogmaals te onderstrepen dat zijn plek op Pinkpop, iets verderop, een terechte is. I’ll be there!

Clan Of Xymox – Fenix, Sittard (25-2-2011)

Anderhalf jaar na haar overdonderende show in de Nieuwe Nor had Poppodium Fenix 15 km noordelijker afgelopen vrijdag de eer om de Nederlandse new wave gigant Clan Of Xymox te ontvangen. Vanwege succes opnieuw in mijn agenda, deze keer met heel wat hogere verwachtingen dan destijds. Verwachtingen die netjes werden ingelost, al was de verrassing er natuurlijk wel vanaf. Wegens gebrek aan een nieuw album zat er nogal wat overlap in de setlist maar gezien het hoge niveau van het materiaal maakte dat eigenlijk niet zoveel uit. En dus zou ik hier kunnen volstaan met een herhaling van zetten: The Cure, New Order en Sisters Of Mercy, electro-gothic-industrial-dark-dance-wave, ‘A Day’, ‘Heroes’, etc. etc. De bekende ingrediënten met hetzelfde resultaat: een duister zweef-, zwalk,- en swingfeest voor een enthousiast en deels in passende klederdracht gestoken publiek dat (hoewel aarzelend op gang gekomen en wat minder uitbundig als in Heerlen) de band tot drie keer toe liet terugkeren voor een toegift. Goede band, sterk optreden, leuk feest. Volgende keer weer? You bet!

Voor een uitgebreid verslag van The Clan in Sittard verwijs ik je graag door naar Indindo.