!!! – Gebäude 9, Keulen (26-11-2010)


Toen zanger/percussionist John Pugh !!! in de zomer van 2007 verliet stond ik niet te juichen. Pugh was toch de grootste weirdo van het gezelschap die met karakteristieke stem en clowneske kapriolen op het podium een natuurijk tegenwicht vormde voor de soms wat egocentrisch en arrogant overkomende zanger én frontman Nic Offer. Nadat vervolgens drummer Jerry Fuchs door een noodlottig ongeval om het leven kwam leek de toekomst van de band ongewis maar de vierde langspeler 'Strange Weather Isn't It' logenstrafte mijn sombere gedachten. !!! Kwam in de beste Bowie/U2/Depeche Mode-traditie terug met een heuse Berlijn-plaat. Een tikkie donkerder dan gewend, met een subtiele verschuiving van het oude punkfunk-geluid richting techno met hier en daar een vleugje disco voor de extra feestvreugde. Omdat !!! in mijn ogen altijd een pure live-band was, rees de vraag hoe een en ander vertaald naar het podium zou klinken. In Keulen kwam het antwoord: Massive!

Met de multifunctioneel inzetbare Sean McGahan (toetsen, percussie, saxofoon) en zangeres Shannon Funchess als vervangers voor Pugh én de strak meppende Paul Quattrone achter de drumkit, knalde "the hardest band to Google" alsof het nooit anders is geweest. Offer werkte zich al dansend in het zweet en bleek zo alleen in de spotlight (wanneer hij tenminste niet tussen de danslustige bezoekers stond mee te feesten) een nog grotere publieksmenner en crowdpleaser dan hij in het verleden al was.

Waar de band voorheen vaak wat tijd nodig had om de juiste "feel" te vinden en al zoekend en experimenterend het heilige vuur te doen ontbranden, hakte het zevental er in Keulen van meet af aan stevig en vol overtuiging in. Vanaf de puike opener 'AM / FM' tot aan de laatste tonen van 'Heart of Hearts', dat volgde op het euforische en toepasselijk getitelde 'The Hammer', volgens mijn oren én voeten hét absolute hoogtepunt van de avond. Kortom, Offer en co denderden soms ongegeneerd funkend non-stop over ons heen, rijkelijk citerend uit de laatste twee studio-albums, zonder ook maar één seconde in te kakken. De onweerstaanbare genreklassieker 'Me And Giuliani Down By The School Yard (A True Story)' hield de oude getrouwen bij de les en omdat de uitzinnige aanwezigen de band niet lieten wegkomen met de geplande setlist volgde er na twee toegiften als extra toetje ook nog een vet groovende, zwaar pompende, deels geïmproviseerde en heerlijk uitwaaierende uitvoering van de Stereo MC's klassieker 'Connected'.

En zo bleken mijn vermoedens en twijfels ongegrond. !!! Is terug. En hoewel op de plaat niet tot ieders genoegen, oogt en klinkt ze live sterker, krachtiger en overtuigender dan ooit. Het concert van het jaar vond twee weken geleden al plaats in de HMH. Het feest van het jaar afgelopen vrijdag in Keulen.

Fish – De Bosuil, Weert (24-11-2010)


Een artiest voor de vierentwintigste (ieder zijn afwijking) keer zien en dan toch verrast worden, kan dat? Ja dat kan. Eerlijk gezegd had ik vooraf niet al te veel trek in een akoestische set van de gewezen Marillion-frontman. Daarvoor heb ik in de jaren ’90 ten tijde van de MTV Unplugged-hype teveel versterker- en zielloos gerammel gehoord. Inclusief dat van Fish en zijn toenmalige band. Hoe anders zou het echter zijn in de uitverkochte Bosuil.

Als gevolg van een tweetal ernstige keeloperaties zag Fish zich eerder dit jaar genoodzaakt om zijn rijke discografie tegen het licht te houden om aldus uit te vinden welke songs hij in een afwijkende toonsoort of aangepast arrangement nog op verantwoorde wijze ten gehore zou kunnen brengen. Om te beginnen stripte hij zijn songs samen met gitarist Frank Usher en toetsenist Foss Patterson tot de naakte essentie. Het resultaat daarvan was zo verrassend dat het drietal besloot tot een Europese clubtour.

In Weert wordt al snel duidelijk dat Fish met het herontdekken van zijn oude songs ook de vreugde in zijn werk heeft teruggevonden. Zijn ogen twinkelen. Als na het solo gebrachte ‘Chocolate Frogs’ voor de echt wordt afgetrapt met een gepassioneerde versie van ‘State Of Mind’ is duidelijk dat ons een nostalgische avond wacht. Met, tot ieders verbazing, het 26 jaar oude ‘Fugazi‘ album als hofleverancier. En dat is opzienbarend, temeer daar breed uitgesponnen progrock-klassiekers als ‘Incubus’, ‘Jigsaw’, ‘Punch And Judy’ en het titelnummer ontdaan van alle opschmuck niets aan impact hebben ingeboet. Sterker nog, door zo naar de basis terug te keren komt de pure emotie weer bovendrijven. Ook in de rest van de setlist, die vooral wordt gevuld met songs uit de periode 1990 – 1994 en wat nummers van ‘Clutching At Straws’ (1987). En er is zowaar een aanzet tot ‘Grendel’, dé Marillion/Fish crowdpleaser sinds jaar en dag.

Uitgekleed tot op de basis blijkt Fish al die jaren behalve pompende en grootse rocksongs dus óók gewoon ijzersterke liedjes te hebben geschreven die nu ineens schijnbaar uit het niets de kop opsteken. Usher giet er waar mogelijk een scheut blues bij, Patterson swingt jazzy de pan uit. En Fish zorgt vocaal voor de soul. Krakend tijdens de hoogste noten maar verder toonvast, zuiver en opvallend krachtig.

Het trio heeft onderling de grootste lol. Het gebrek aan setlist nodigt uit tot discussie en last minute wijzigingen. Er wordt slap geouwehoerd met het publiek. Er is kippenvel. Er is vreugde. Er vloeit wijn. Er vloeit een enkele traan. Twee uur en vijftien minuten lang, inclusief drie lange toegiften. Usuals suspects als ‘Keyleigh’ en ‘Lavender’ blijven achterwege en zij die op een greatest hits set hopen komen bedrogen uit. Het is mooi, het is intens, het is klein, het is goed zo. Heel goed.

En nu op naar de 25. Volgend jaar komt Fish namelijk weer terug, zo meldt de geluidstechnicus na afloop. Mét een volwaardige band, zegt ie erbij. En ik denk: jammer.

Gorillaz – Heineken Music Hall, Amsterdam (15-11-2010)

World-tour-poster

Is het mogelijk om twee dagen na dato nog iets over het alom bejubelde concert van Gorillaz in Amsterdam te melden nadat de voltallige muziekpers al in superlatieven over elkaar heen buitelde? “Gorillaz geven duizelingwekkende rockshow” kopte het Parool en OOR repte het over “een briljante avond muziekgeschiedenis.” Zelfs de Volkskrant vond het “2 uur lang een amusante boel” al kwam het er zoals verwacht toch weer wat zuinigjes uit. Metro noemde het “weergaloos”, De Wereld Van Morgen “groots”. Nu.nl constateerde “muzikaal en visueel geweld” waar de maximale waardering van muziek.nl ook al nergens onduidelijkheid over liet bestaan. En Hester van NRC zat een dag later nog na te trillen.

Kortom, Gorillaz was overweldigend en ook ondergetekende kan niet anders dan luid op de loftrompet blazen. Een touringcar vol artiesten uit alle mogelijke windstreken passeerde de revue. Er was een oogverblindend strijkers-ensemble, een rijtje achtergrondvocalisten en een Syrisch kamerorkest. Het Hypnotic Brass Ensemble toeterde er zo nu en dan vrolijk en swingend op los. Snoop Dog sprak ons toe vanaf een immens scherm maar soulveteraan Bobby Womack, Neneh Cherry, De La Soul, Little Dragon-zangeres Yukimi Nagano, Rosie Wilson, Booty Brown en de grime-rappers Bashy en Kano waren ter plekke aanwezig voor hun vocale bijdragen. Mick Jones en Paul Simonon (jazeker, die twee van The Clash samen in één band op één podium, op zich al een ontroerende aanblik) legden als stuurmannen van de loeihard, strak en gedegen spelende Gorillaz-band al cool rondzwalkend een stevig fundament onder de muzikale smeltkroes, waarin uiteenlopende genres als hiphop, reggae, punk, indie, jazz, soul, dance, gospel en zowel Arabische, Afrikaanse als Aziatische muziek moeiteloos een plek wisten te vinden.

Alsof zoveel muzikale genialiteit nog niet voldoende was, waren er de graphics en films van Jamie Hewlett om van het avondje Gorillaz ook een indrukwekkend visueel spektakelstuk te maken. En dan was er uiteraard de ongeremde, enthousiast rondspringende en door de zaal hollende Damon Albarn. De grote roerganger van de Gorillaz-boot en koning van de Plastic Beach, van wie we ons na Blur, The Good The Bad And The Queen en Gorillaz daadwerkelijk mogen afvragen of hij over bovennatuurlijke muzikale gaven beschikt.

Enfin. Toen ik mijn slotzin wil neerpennen zag ik dat Alternative.Blog me ook hier al het gras voor de voeten had weggemaaid: “Bonte Gorillaz stoet geeft show van het jaar in HMH”. I rest my case.

Setlist: Orchestral Intro / Welcome To The World Of the Plastic Beach / Last Living Souls / 19/2000 / Stylo / On Melancholy Hill / Rhinestone Eyes / Kids With Guns / Superfast Jellyfish / Tomorrow Comes Today / Empire Ants / Broken / Dirty Harry / El Mañana / White Flag / To Binge / DARE / Glitter Freeze / Punk / Plastic Beach / Cloud Of Unknowing / Feel Good Inc. / Clint Eastwood / Don’t Get Lost In Heaven / Demon Days.

Sinners Day – Ethias Arena, Hasselt (31-10-2010)

 

 Zondag 31 oktober is het overal Halloween, behalve in Hasselt want daar is het Sinners Day. Vorig jaar opgestart als old school Punk en New Wave festival maar dit jaar qua genre behoorlijk opgerekt richting ska, pop en ambient. Al is daar zo op het oog weinig van te merken; Hasselt is back in black. Dankzij de aanwezigheid van een aantal klinkende namen én het overdonderende en onverwachte succes van de eerste editie weten zo'n 10.000 muziekliefhebbers van *kuch* middelbare leeftijd de Ethias Arena te vinden waar 17 bands verspreid over twee zalen de tijden van weleer, met wisselend succes, pogen terug te halen.

Openings act Red Lorry Yellow Lorry heeft duidelijk moeite met het vroege aanvangstijdstip, net als het publiek. Een aantal aardige culthitjes ten spijt wil het oude vuur maar niet oplaaien. Zie ook: Poésie Noire, wiens aardige electrowave vooral voor gefronste wenkbrauwen zorgt als gevolg van een akelig vals zingende zangeres. Nee, dan gaat het er bij UK Subs wel even anders aan toe. De ouderwetse sound van één der oudste Engelse punkbands zorgt voor het eerst voor heftige taferelen in het voorste deel van de zaal en brede grijnzen daarachter. Omdat de band er zelf zoveel zin in heeft en voor de gelegenheid zelfs een heuse Sinners Day song in elkaar heeft gestoken. Het eerste hoogtepunt van Sinners Day 2010 is een feit. 

Marky Ramones Blitzkrieg mag het feestje voortzetten maar ondanks de living legend-status van Marky (drummer van The Ramones én die andere punkpioniers The Voidoids), de aanwezigheid van Misfits-zanger Michale Graves en de vrachtlading tijdloze punkklassiekers, klinkt en oogt het als een coverband. Dan klinkt de Zwitserse post-industrial van The Young Gods toch een stuk authentieker. Alleen jammer dat ze na een vliegende start langzaam inzakt wegens een gebrek aan variatie en écht sterke songs.

Van een geheel ander kaliber is de come back van Arbeid Adelt (foto). Het eigenzinnige, baanbrekende en poëtische electronicatrio rondom Marcel Vanthilt en Luc van Acker. Die laatste kennen we ook nog van Revolting Cocks en de eerste als presentator van het brave KRO-programma 10 Voor Taal. Het kan verkeren. Arbeid Adelt staat in Hasselt voor het eerst in 20 jaar (een eenmalig verjaardagsoptreden uitgezonderd) weer op de planken en viert dat middels een zeer overtuigende show vol absurde teksten, nog lang niet versleten beats, een hyperenthousiaste Vanthilt én een verrassende finale met ex-PIL bassist en songschrijver Jah Wobble, die mag aantreden voor een stukje 'Death Disco'. Arbeid Adelt is even helemaal terug en het Vlaamse publiek sluit haar in de armen.

Heaven 17 is een vreemde eend in de bijt. Haar gestileerde electronica en gladgestreken synthpop sluiten niet echt aan bij de omgeving, al is het prettig heupwiegen op de soms Spandau Ballet-achtige songs. Leuk om daarna voor het contrast bij The Fall binnen te lopen. Al 34 jaar een topband maar qua performance sterk afhankelijk van de grillen van zanger Mark E Smith. In dienst van de nummers een meerwaarde maar nu helaas zo nadrukkelijk en alles overstemmend aanwezig dat ik na vijf nummers de zaal ontvlucht. En velen met mij. The Selecter laat in dezelfde ruimte drie kwartier later horen hoe het ook kan. De 'Train To Skaville' voert ons langs bekende stopplaatsen als 'Three Minute Hero', 'James Bond', 'On My Radio', 'Too Much Pressure' en meer moois van het alweer 30 jaar oude debuut.

Jammer dat Nina Hagen de sfeer na zo'n feest snel weet te verpesten. Behoudens een handvol ongeïnspireerde covers  is mevrouw vooral langsgekomen om vanaf een kruk met een akoestische gitaar het woord van de Heer te verkondigen. Gehuld in een Jezus-shirt en begeleid door een striemend fluitconcert. Dan maar naar The Psychedelic Furs. Die spelen voor een volle bak omdat de andere zaal op dat moment vakkundig wordt leeggespeeld. The Furs doen tegenwoordig meer aan psychedelische rock dan aan post-punk en zo af en toe waart ook de geest van David Bowie rond. Het matige en weinig inspirerende vocale niveau van zanger Richard Butler gooit jammerlijk net iets teveel roet in het eten. En zo is het alweer een vocalist die het voor de rest verpest.

Gelukkig dus dat Ian McCulloch er ook is. Als er één band op Siners Day met kop en schouders boven de rest uitsteekt is het namelijk Echo & The Bunnymen. Niet alleen omdat haar muziek nog steeds uiterst relevant is maar ook omdat het puike songmateriaal live staat als een huis en de sleet er nog lang niet op zit. McCulloch blijkt vocaal in vorm en de greatest hits set is een aaneenschakeling van hoogtepunten: 'The Cutter', The Killing Moon', 'The Back Of Love', 'Never Stop', 'Seven Seas', 'Bring On The Dancing Horses', 'Lips Like Sugar'… you name it. En aldus eindigt de gitzwarte dag rond middernacht in majeur. Voor ons althans, want de officiële headliner The Orb laten we schieten wegens te laat, redelijk misplaatst op een festival als dit en te moe voor een portie ambient house.

En zo verlaten we  Sinners Day 2010 nadat we 30 oktober 2011 in onze agenda hebben gekrabbeld. De oude vleermuizen van The Mission zijn reeds vastgelegd dus Hasselt zal bij voorbaat weer zwart kleuren waarmee het festival nu al lijkt te zijn uitgegroeid tot een mooie traditie. En da's wat mij betreft geheel terecht.