Brookpop (Sportpark Schurenberg, Hoensbroek 24-4-2010)

Een heus popfestival op twintig minuten lopen van mijn voordeur mocht ik natuurlijk niet laten schieten. En al helemaal niet met spannende namen op het affiche en een zomerse weersvoorspelling in de krant. Helaas was ik één van de weinigen met die gedachte want hoewel er aan alle voorwaarden voor een geslaagd festival was voldaan, bleken niet meer dan zo’n 700 mensen Brookpop te hebben gevonden. Er zijn hier in de regio blijkbaar hapklare color-by-numbers-bands van het kaliber Kane nodig om mensen naar een stuk gras te trekken. Jammer. Voor de uiterst professionele organisatie en voor de bands, die vanaf het podium een vrij troosteloos uitzicht moeten hebben gehad. Desondanks werd er vol overgave gemusiceerd en viel er voor de ware festivalbeesten voldoende te genieten.

Absynthe Minded serveerde haar sfeervolle indiepop, zoals gewoonlijk, overgoten met smakelijke folk- en jazz-sausjes en zorgde derhalve in de late warme middag voor een heerlijke soundtrack. Iets dat ook gold voor de melancholische klanken van Blaudzun, die tijdens een fraaie zonsondergang zittend of liggend in het versgemaaide gras aangenaam wegluisterden. Helaas kwamen de uitgerekte stonerklanken van Nu Of Nooit-winnaar Sungrazer wat minder uit de verf. Het klonk als een seventies versie van Kyuss met een psychedelisch randje maar dan zonder de zo benodigde spanning en ogenschijnlijk weinig geïnspireerd. Ging de band gebukt onder de desinteresse van het publiek of waren mijn verwachtingen op basis van de vele lovende kritieken simpelweg te hoog gespannen? Het bleef hoe dan ook niet hangen.

Gelukkig stond er met ¡Pendejo! krap dertig minuten later een ideale band op de planken om Hoensbroek in het schemerduister wreed wakker te schudden middels een strakke en loodzware portie Spaanstalige stoner-met-trompetgeschal. We hadden geen idee wat de toeterende frontman El Pastuso ons tussen de zware riffs en beukende ritmes door allemaal toeschreeuwde maar hij had er hoe dan ook zin in en wij eigenlijk ook wel en dus gingen de kopjes voor het podium al snel op en neer en werd de luchtgitaar veelvuldig gehanteerd. The Hickey Underworld sloot vervolgens qua volume naadloos aan bij haar voorganger en mocht zich verheugen op een opgewarmd publiek dat inmiddels helemaal klaar was voor nog meer herrie. Het Antwerpse viertal lardeerde haar vuige post-hardcore met vleugjes grunge en indie maar bleek op momenten net zo makkelijk onweerstaanbaar te kunnen swingen en smaakte dan ook naar meer. Check ’em out!

Na zoveel gitaargeweld leek het ons verstandig om het afsluitende Rigby te skippen. Het DWDD huisorkest wist me namelijk tijdens haar vele tv-optredens niet één keer te boeien en getuige de snel leeglopende wei was ik niet de enige die het na het muzikale hoogtepunt voor gezien hield.

En zo was de eerste editie van Brookpop er een met twee gezichten. De prima optredens en uitstekende organisatie ener- en de slappe opkomst en wat makke houding van een groot deel der aanwezigen anderzijds. Het is te hopen dat de organisatie uit de kosten is gekomen zodat we volgend jaar een tweede editie mogen beleven, maar getuige de animo in de regio én de lamlendige overlast-reacties van de zeikberen in de nabije omgeving en aangrenzende dorpen heb ik er een hard hoofd in. Helaas, want ik ben er van overtuigd dat een kwalitatief prima festival als dit wel degelijk toekomst heeft, mits het de tijd krijgt om te groeien en naam te maken. Brookpop 2010 was voor mij in ieder geval de ideale opening van het festivalseizoen en met een beetje geluk de start van een mooie traditie.

Foto: The Hickey Underworld (door Fotofab)

Trisomie 21 (Nieuwe Nor, Heerlen 9-4-2010)

Gisteravond gaf het Franse coldwave duo Trisomie 21 in Brussel haar afscheidsconcert maar een dag daarvoor mocht het in Heerlen nog even laten horen waarom het in de eighties tot de smaakmakers in het genre behoorde. Muzikaal weliswaar wat gedateerd maar nog steeds van hoog niveau. Soms zweverig en sfeervol, dan weer stevig en beukend of ongecompliceerd swingend.

Jammer alleen dat de bandleden zelf geen moment de indruk wekten met plezier of passie op de planken te staan. De koek leek duidelijk op en de (live tot trio gepimpte) band stond erbij alsof ze hunkerde naar het afscheid en de stekker er het liefst ter plekke uit wilde trekken. En dat was jammer, want met uitzondering van het matige geluid, dat ervoor zorgde dat de beats nooit de impact hadden die ze verdienden, viel er muzikaal weinig te zeuren. Er kon naar hartelust gezweefd, ge-shoegazed en gedanst worden en tijdens de genreklassieker ‘The Last Song’ ontstond er zowaar een bescheiden feestje in de zeer goed gevulde zaal.

Redenen genoeg dus om nog wel even door te gaan, maar als het met zoveel schijnbare tegenzin gepaard gaat is het inderdaad beter om de eer aan jezelf te houden voordat het helemaal doodbloedt. Desondanks ben ik blij de band op de valreep nog aan het werk te hebben gezien nu er nog een zweem van de grootsheid van weleer in de lucht hing.

Enkele jaren geleden kwam Trisomie na een break van zeven jaar weer ijzersterk terug, dus wie weet komt er ooit weer een nieuwe Fête Triste. Maar misschien is het ook wel goed zo. Met een indrukwekkende back-catalogue en een cult-status de popgeschiedenisboeken in, wie zou het niet willen?

Fraaie foto’s van Trisomie 21 (en de hier eerder besproken gigs van The Mad Trist en Senser) in de Nieuwe Nor vind je bij Luc Lodder. Check ’em out!

The Mad Trist (Nieuwe Nor, Heerlen 2-4-2010)

Het komt niet vaak voor dat iemand uit Maastricht in Parkstad als een held wordt onthaald. Heeft iets te maken met de arrogantie van de provinciehoofdstad en de koempelmentaliteit van de mijnstreekbewoner, maar dit geheel terzijde. Dat The Mad Trist er desondanks in slaagt om een bijzonder goed gevulde Nieuwe Nor aan haar voeten te krijgen, zegt dan ook veel over de muzikale prestaties van het Maastrichtse viertal, dat zelf ook enigszins verrast lijkt door de reacties die het teweegbrengt: "Wow, dat zijn we helemaal niet gewend… een moshpit."

De Maastrichtenaren vissen net als hun Nijmeegse neefjes van De Staat in de vijver die Josh Homme ooit eigenhandig groef en dat betekent dus veel vuige, broeierig ronkende gitaren en meeslepende vaak zwoele songs. En ook al klinkt The Mad Trist dientengevolge geregeld als Queens Of The Stone Age, als één en ander zo overtuigend, strak en vol bezieling wordt gebracht én wordt opgediend als een stevige verzameling uitstekende songs, zul je niemand horen klagen. The Mad Trist smaakt naar meer en als Jan Smeets slim is… etc. etc.

Extra kudos trouwens voor support Team William, een stel frisse Vlaamse jongelui die me een half uurtje verblijden met net zo frisse dansbare indiepop die afwisselend doet denken aan MGMT, Das Pop, Pavement, Weezer en The Thrills. In eigen land bekend van StuBru’s De Afrekening en de vele lovende recensies maar alhier nog redelijk onbekend. Check ’em out.