Brett Anderson (Luxor, Keulen 25-1-10)

Zeventien jaar nadat ie er met Suede voor het eerst op de planken stond en drie jaar na zijn laatste tussenstop (die uiteraard nog even ter sprake werd gebracht wegens ook voor de man óp de bühne onvergetelijk) was het weer de Keulse Luxor (a.k.a. Prime Club) die zich mocht opmaken voor an evening with Brett Anderson. Met een nieuwe band en een andere setlist maar grotendeels hetzelfde publiek, dat wederom 500 man sterk richting Luxemburger Strasse was getogen voor een optreden dat alles in zich had dat je van een Anderson-gig mag verwachten: "Brilliant, cheered on by a crazy and addicted crowd he changes the club into a living hell – dancing as a god: dirty, snotty, provoking, fragile, sweaty, obscene, lascivious… unbelievable. That was sex." Treffender dan ene "Scary Claudia" het omschreef op Anderson’s forum kan ik het niet.

Brett Anderson bewees in Keulen andermaal dat ie al lang niet meer enkel de voormalige voorman van Suede is, hoezeer de media (en dit weblog vormt daar geen uitzondering op) hem ook steeds in dat oude hokje stoppen. Zijn setlist telt tegenwoordig louter solomateriaal terwijl het oude werk geen moment wordt gemist. Dat zal er deels mee te maken hebben dat de zanger alleen al op basis van zijn nog immer groeiende vocale kwaliteiten als ook zijn bezeten performance avondvullend weet te boeien, maar ook de capaciteiten en nieuwe mogelijkheden van zijn huidige band dragen er zeker toe bij. In ieder geval voldoende om de compositorische tekortkomingen van een deel van de songs te camoufleren met muzikaal spektakel en luidruchtige, hier en daar zelfs naar noise riekende, krachtpatserij. Anderson’s drie jaar durende muzikale zoektocht heeft blijkbaar geresulteerd in een old school Suede-sound met de versterkers op 11.

Toetseniste en zangeres Angie Pollock (Shakespears Sister, The Lightning Seeds) was de spin in het duistere muzikale web, Sebastian Sternberg (Amphibic) toonde zich een veelzijdig en bekwaam trommelaar die met name in de ingetogen passages de zaak uiterst sfeervol begeleidde. Gitarist James Dare mocht zich op momenten als nooit tevoren uitleven op een stel liedjes dat tot dusver in een semi-klassieke omlijsting zat, gooide waar mogelijk hels scheurend alle registers open en wist zich op die momenten steevast in de rug gesteund door een stevig op zijn bas beukende dan wel vet pompende  Didz Hammond (The Cooper Temple Clause, Dirty Pretty Things). Aan de andere kant waren de momenten dat Anderson zichzelf begeleidend op akoestische gitaar of zelfs volledig a capella de aanwezigen volledig stil kreeg minstens zo indrukwekkend. "Alsof de kist van een dierbare zakt, houdt iedereen de tanden op elkaar. Links en rechts branden tranen." OOR sloeg in Utrecht de spijker op zijn kop.

Brett Anderson kan het anno 2010 met schijnbaar speels gemak op eigen kracht. Vocaal sterker dan ooit tevoren en tot ieders verbazing nog steeds in zijn element in het clubcircuit. Sympathiek, innemend, bezeten, spraakzaam, gepassioneerd en boven alles dankbaar. Natuurlijk ontbreekt de magie en de emotie van de band-die-ik-nu-niet-meer-zal-noemen en is niet alle songmateriaal van de gehoopte kwaliteit, maar een band die zich zo de kloten van het lijf speelt en een zanger die vocaal excelleert, zich tegelijkertijd net zo staat te amuseren als zijn fans in de zaal en weigert te teren op oude successen verdient louter respect.

En nu maar hopen dat ie met zijn huidige band zo snel mogelijk de studio in duikt om deze energie ook op plaat vast te leggen. Fuck de cello, viool en woodwinds… Brett rocks!

Youtube napret: Chinese WhispersLove Is Dead. Blog Party review hier.

Comeback

En ineens was het 2010 en werd het stil op dit weblog. Geen zin om te schrijven, geen zin om veel woorden te spenderen aan zaken die ik ook al via Twitter het web opslingerde. Zoveel gemakkelijker, sneller, actueler, met meer interactie. Maar ook vluchtiger. Vandaar het voornemen om alhier de draad toch maar weer op te pikken. Voor de zoveelste keer.
Te beginnen met hetgeen me in de eerste helft van januari op muzikaal gebied bezig hield. Twee belangrijke releases bijvoorbeeld. Vampire Weekend met de moeilijke tweede en Delphic met een zeer overtuigend debuut. De eerste kan me nog steeds niet volledig boeien en haalt het bij lange na niet bij zijn overdonderende voorganger, de tweede is nu al kanshebber voor mijn volgende eindejaarslijst en schroeft de verwachtingen voor de aanstaande concerten nog meer op.
Begin van de maand realiseerde ik me ook dat het dit jaar 35 jaar geleden is dat ik als een blok viel voor Queen. Als gevolg van de legendarische kerstshow die Mercury en co voor The Old & Grey Whistle Test in 1975 gaven in de Londense Hammersmith Odeon, die onlangs werd heruitgezonden op BBC 4. Verplichte kost voor alle Top 2000 luisteraars die bij het horen van de bandnaam die Burt Reynolds snor voor zich zien. En over die beschamende schertsvertoning met Paul Rodgers hebben we het na het zien van deze beelden helemaal NOOIT meer.
Verder was er nog de aankondiging van een aanstaande Suede-reünie die mijn hart sneller deed kloppen en beleeft ‘No Distance Left To Run’, de groots opgezette docu over de Blur-reünie van afgelopen jaar, komende dinsdag haar première in tal van Europese bioscopen. Uiteraard met uitzondering van de Nederlandse want verder dan ‘Wonderwall’ is men alhier nooit gekomen qua Britpop.
Oh ja, het The XX kwartje is eindelijk en definitief gevallen (topband!), ik moet met het schaamrood op de kaken bekennen dat ik deze week pas We Were Promised Jetpacks ontdekte en de Spijker Op Zijn Kop Trofee van 2010 wordt nu al overhandigd aan Nico Dijkshoorn die het tekstuele gezemel van Bløf in OOR fijntjes omschreef als "letterstront". Bloemen voor die man.
En mag ik jullie tenslotte nog even te attenderen op deze interessante en rake Noorderslagpresentatie van Erwin Blom over de kracht van de sociale media?
Tot zover mijn eigen letterpoep. Wordt wellicht vervolgd…