Bijlmer Rock City

Eindelijk krijgt Amsterdam haar zo gewenste concerthal. Een eigen Ahoy, waarin de Nederlandse "muziekliefhebber" straks met zestienduizend collega 3FM-luisteraars door de muziek kan kletsen en met bier mag gooien. De hal zal een "intieme sfeer" krijgen en luistert dan ook naar de sfeervolle naam Ziggo Dome. De Bijlmer Beeldbuis zal verrijzen op een steenworp afstand van zowel de Bijlmer Bierhal als de Bijlmer Galmbak en voor de programmering is een contract gesloten met Mojo Concerts Live Nation, dat eerder al pleitte voor een middelgrote 013-achtige zaal in dezelfde buurt.
Nog even en er is buiten Amsterdam Zuidoost dus geen band van formaat meer te zien en als het bijbehorende hotel zijn deuren heeft geopend kunnen eindelijk ook de luidruchtige provincialen uit het centrum worden geweerd. Nadat jaren geleden het Nederlandse voetbal al naar de bedrijventerreinen werd verbannen, volgt nu de popmuziek. Op veilige afstand, voorzien van "hoogwaardige horeca" voor ongetwijfeld hoogwaardige prijzen, uiteraard geheel geluidsdicht én met de mogelijkheid tot bedrijfscongres.
Ajax speelt tegenwoordig in een (citaat Youp van het Hek) "multifunctioneel theater waarin ook gevoetbald zou kunnen worden" en de Lenny Kravitzen van deze wereld spelen straks in een grote zwarte doos waarin je (citaat directeur Dammam) "met een mobiel zwembad zo het WK zwemmen kan organiseren.” Het zal me niet verbazen als binnen tien jaar ook de bezoekers van Paradiso en de Melkweg richting Mojo City worden gedirigeerd voor een avondje in de Hema Heaven waarna de Amsterdamse binnenstad zonder hoerenbuurt, coffeeshops, kroegen en rock & roll definitief de status van openluchtmuseum kan aanvragen; Pickwick Paradise, geopend van negen tot vijf. Head Music prijst zich wederom gelukkig dat zijn HQ precies tussen Keulen en Brussel is gehuisvest. Via.

Tubular Bells

Dat waren nog eens spannende tijden, toen ik als jochie voor het eerst ‘Tubular Bells’ op mijn draaitafel legde. Vooral omdat ik eerst The Exorcist zag, de film die het eerste bedrijf van Mike Oldfield‘s debuut in een klap tot creepy bombardeerde. De picture disc was geleend van een muzikale oom en paste mooi op een C-60 cassette, die ik vele jaren heb gekoesterd.
Waarom ik het album daarna nooit op cd heb gekocht is onduidelijk. Omdat mijn muzikale interesse een andere kant opwaaide? Omdat het muziekstuk uit mijn geheugen werd verdreven door honderden andere tunes? Feit is dat ik onlangs tijdens het bekijken van de geweldige BBC docu "Prog Rock Britannia" (bekijk op You Tube deel 1, 2 en 3) ineens werd wakker geschud.
Vanmiddag heb ik ‘Tubular Bells’ voor het eerst eindelijk officieel aangeschaft. 36 Jaar na haar verschijning is hij digitaal opgepoetst en voor nog geen 10 Euro nog net zo indrukwekkend. Qua sound wellicht hier en daar wat gedateerd maar met name deel 1 heeft aan grootsheid nog niets ingeboet. En dan heb ik het dus over de oorspronkelijke versie uit 1973. Alle overige uitvoeringen komen niet eens in de buurt en zijn stuk voor stuk overbodig. Met uitzondering van de bovenstaande live-versie die de BBC in 1974 registreerde. Maar hoe kan het ook anders als o.a. Steve Hillage, Mike Radledge, Fred Frith, Kevin Ayers en Mick Taylor zich met de uitvoering bemoeien. Full screen mode aan, lichten dimmen en chillen maar…

White Lies

Terwijl mijn rechterbuurman gisteren op de tribune bij het bekerduel tussen Roda JC en FC Lienden de gebruikelijke chants had ingeruild voor liedjes van Bruce Springsteen (ja, ome Jan brengt wat teweeg in het Limburgse) kwam links van me ineens White Lies ter sprake. De supporter naast me was net als ik aangenaam verrast door de kwaliteit van het album ‘To Lose My Life’ en we waren het er over eens dat sound en stijl schaamteloos bij elkaar zijn gejat, dat er werkelijk niet één vernieuwend of origineel moment is terug te horen maar dat het songmateriaal zo ijzersterk is en de uitvoering dermate overtuigend dat de band er uitstekend mee wegkomt. Een constatering die ik om me heen nu al veelvuldig heb gehoord en die ook in de meeste recensies terugkeert.

Beter goed gejat dan slecht verzonnen, moet het trio uit West-Londen in navolging van hun collega Joy Divisionisten Interpol en Editors hebben gedacht. Die twee hebben, nu ze alweer een poosje braaf het midden van de weg berijden, blijkbaar een zwart gat achtergelaten waar White Lies nu dankbaar inspringt met een aanstaand nummer 1 album vol songs die soms klinken als het allerbeste van Editors, dan weer als een onontdekt meesterwerk van Interpol. Ook waart de geest van Echo And The Bunnymen rond, moet ik op enig moment aan The Bravery denken en lijken The Killers nooit ver weg. Het grote verschil met genoemde bands is het gebrek aan de (podium)uitstraling van een Paul Banks of Tom Smith maar dat wordt dan weer deels gecompenseerd door het prachtige en geraffineerde artwork en bovendien doet het geen enkele afbreuk aan de luisterervaring.

Hoe de vlag er tegenwoordig live bijhangt (afgelopen zomer op Pukkelpop maakte de band een uitstekende indruk) checkt Head Music op 14 maart in Brussel en tot die tijd zal ‘To Lose My Life’ nog veel draaibeurten krijgen op stereo en iPod. Zoals NME al ruime tijd geleden voorspelde zou White Lies wel eens een van de heetste bands van 2009 kunnen worden en wat mij betreft is dat volkomen terecht.

Cult Of Personality

Bruce Springsteen deed wat er van hem werd verwacht en het was leuk om Stevie Wonder nog eens te zien, net als de alhier in de vergetelheid geraakte John Mellencamp. Pete Seeger was zo blij en druk bezig met grijnzen en zwaaien dat hij vergat te spelen en good old Herbie Hancock strooide kwistig en met een uitgestreken gezicht valse noten in het rond. U2 mocht als enige met alle bandleden op het podium en Bono zorgde voor het meest memorabele moment van de avond door in ‘Pride (In The Name Of Love)’ aandacht te vragen voor "the Palestinian dream". Kortom; ik heb me tijdens de uitzending van Obama’s Inaugural-concert prima vermaakt.
Uiteraard verzoop het geheel bijna in de bombastische Amerikaanse symboliek, droop de kitsch er vanaf en is na acht jaar Bush werkelijk alles een verademing… het enthousiasme van artiesten, sprekers, publiek én zeker ook de presidentiële familie was bijzonder en ondanks de bonte stoet aan sterren die aan zijn slotspeech voorafging was het Barack Obama zélf die het felst straalde. De afsluitende blije singalong ging daarna helaas te zeer over de top  (ik dacht nog even dat Henny Huisman in beeld zou schuifelen om ‘Reach Out And Touch’ in te zetten) maar gelukkig zorgt Head Music voor het passende alternatief middels bovenstaande klassieker van Living Colour.
Zou het dan toch nog allemaal goed komen met die gekke Yanks?
Met dank aan Blog Party.

Dig Out Your Soul In The Streets

Het was in maart 1988 dat ik samen met wat klasgenoten een excursie naar Parijs aangreep om de straatmuzikant uit te hangen. Omdat de begeleidende leraren het zo’n geslaagd idee vonden, kregen we vrijstelling van het verplichte educatief verantwoorde programma en aldus ruim baan om voor de poorten van de Notre Dame en Centre Pompidou onze eerste publieke optredens te verzorgen. Met hooguit drie nummertjes van ons pas opgerichte punkbandje in de vingers kwamen we de dag door dankzij evenzoveel akkoorden en spannende ontmoetingen met enkele excentrieke Parijzenaars. Toch was het eens maar nooit weer. Wellicht omdat het na Parijs in onze eigen hometown enkel tegen kon vallen maar ook vanwege de anonimiteit aldaar die de angst voor een complete afgang volledig teniet deed.
Anyway. Ik moest aan deze bijzondere dag terugdenken bij het zien van de film Dig Out Your Soul In The Streets, waarin Oasis met een stel straatmuzikanten de studio induikt om hen onbekend nieuw werk te leren spelen nadat ze de bladmuziek daarvan al eerder online vrij had gegeven, waarmee de straatmuzikant als marketinginstrument een feit was. Leuk om te zien en een aardige opmaat voor de aanstaande Gallagher gig. Nog 4 nachtjes slapen…

The Alternative Way

Dat er van vrijwel elk klassiek popalbum om de vijf jaar een jubileumeditie verherschijnt is inmiddels de gewoonste zaak van de wereld, maar dat nu ook de verzamelaars feestelijk worden gerecycled is voor mij nieuw. In Engeland verscheen gisteren de 25th anniversary edition van ‘Now That’s What I Call Music vol. 1’. Destijds een lp vol hits en hypes voor op de tienerkamer (herinneren we deze nog?) maar anno 2009 ineens een classic album.
En dan dwalen mijn gedachten toch weer af naar de knusse oranje-bruine seventies en mijn stapeltje ‘Alle 13 Goed’ verzamelaars (check hier de volledige serie – ff scrollen) met telkens weer een hippe dame op de hoes die was gevuld met een brave muzikale dwarsdoorsnede van dat moment. Ik denk dat er een stuk of zeven edities uit deze reeks in mijn platenrekje stonden waarbij dit exemplaar duidelijk favoriet was, onder andere vanwege de aanwezigheid van Nazareth (want stoere langharige hardrockers) en *kuch* Anita Meyer. En als jullie allemaal zijn uitgelachen durf ik ook nog te bekennen dat ik ‘The Alternative Way’ tot op de dag van vandaag nog steeds een lekker nummer vind.
Hmmm, het wordt tijd om bij mijn ouders op zolder mijn oude verzamelaars nog eens af te stoffen. Wie weet wat ik er nog meer tegenkom.
Wordt wellicht vervolgd…