MTV

Ooit, heel lang geleden, was MTV een zender die zich bezig hield met het uitzenden van muziekvideo’s, niets meer en niets minder. Sinds enkele dagen doet het voormalige clipstation haar naam eindelijk weer eens eer aan middels mtvmusic.com. Inmiddels staan er zo’n 22.000 video’s op maar de doelstelling is om alle ooit vertoonde clips on-line te zetten. Inclusief informatie, comments, rating en de mogelijkheid tot embedding. Bovenstaand, aangestoken door Blog Party, een heerlijk stukje vintage Suede. Gewoon omdat het kan. En het was nog lang onrustig bij YouTube. Via.

Inhaalslag

Als in Sölden het skiseizoen van start gaat is de winter nabij en krijg ik voorzichtig de neiging om terug te blikken op hetgeen het aflopende muziekjaar ons te bieden had. Scrollend door het Head Music-archief blijkt dat er in 2008 (tot dusver) opvallend weinig albums zijn besproken terwijl toch weer veel fraai plaatmateriaal het daglicht heeft gezien. Mijn voornemen om niet te recenseren om te recenseren maar enkel een cd eruit te lichten als ik er ook iets zinnigs over kan en wíl zeggen of er een verhaaltje omheen kan breien, heeft wat mij betreft prima uitgepakt. Ook al zijn een aantal sterke en opvallende releases niet aan de beurt gekomen.

Het puike debuut van The Rascals bijvoorbeeld. Wat valt daar meer over te zeggen dan dat diens kruising van The Coral en Arctic Monkeys perfect in mijn straatje past zodat ‘Rascalize’ tot op de dag van vandaag een favoriet is op de Head Music iPod? En hoeveel woorden kun je besteden aan een simpele doch aanstekelijke recht-voor-zijn-raap-release als ‘Get Awkward’ van Be Your Own Pet?
Dat Brett Anderson het enkel nog met een celliste doet en op zijn laatste album ‘Wilderness’ naast wat kwijlwerk ook een aantal onvolprezen juweeltjes presenteert is in drie regels vermeld, net als het alom gehypte en geprezen ‘Dear Science’ van TV On The Radio, dat mij best kan bekoren maar eigenlijk niet veel meer is dan een publieksvriendelijke versie van haar voorgangers en daardoor toch wat minder spannend klinkt.
De jongelui van Black Kids zijn te sympathiek om hier in een lijvig stuk uit te doeken te doen waarom ik een beetje kriegelig word van hun blije schoolbandjesgezang op ‘Partie Traumatic’ en met MGMT’s ‘Oracular Spectacular’ wist ik eerlijk gezegd niet direct wat aan te vangen. Inmiddels is ie uitgegroeid tot een kandidaat voor de Head Music eindejaarslijst.

En dan zijn er natuurlijk nog de heren Kaiser Chiefs en Kings Of Leon, die ik er toch even wil uitlichten. In positieve zin, omdat de eerste plaatkanten van hun beider albums behoren tot het beste dat ik dit jaar mocht beluisteren. In negatieve zin, omdat er in beide gevallen sprake is van een nachtkaarsplaat omdat die halverwege dermate kantelt dat het einde nauwelijks met open ogen is te halen.
Kaiser Chiefs keert op de eerste helft van ‘Off With Their Heads’ terug naar de tijden van hun fabuleuze debuut ‘Employment’ waar Kings Of Leon vanaf de aftrap van ‘Only By The Night’ bewijst tot de Champions League van de Amerikaanse gitaarrock te zijn doorgedrongen. Het supertrio ‘Closer’, ‘Crawl’ en ‘Sex On Fire’ lijkt een kickstart voor wat wel eens het album van het jaar zou kunnen worden maar na het heel aardige ‘Use Somebody’ kakt het zaakje zo heftig in dat het haast pijnlijk wordt. Weg is de pit, de spanning, de rock & roll en alles dat Kings Of Leon ooit zo bijzonder maakte. Slaapverwekkend geneuzel is alles dat resteert.
Ricky Wilson en co raken na een paar old-skool krakers en instant feestnummers de weg kwijt in een halfslachtige poging tot "iets anders". Het swingt niet, het knalt niet, het beklijft niet en dus is ook ‘Off With Their Heads’ slechts half geslaagd.

Hoe het ook kan bewijzen The Datsuns die, na een halfslachtige poging tot Led Zeppelin en wat akoestische uitstapjes, op ‘Headstunts’ weer gewoon doen waar ze goed in zijn; het maken van pittige, snoeiharde, bluesy-garagerock. Het tempo is opgeschroefd naar het niveau van haar medogenloze debuutalbum en ook qua vormgeving is het DIY als vanouds. De cd-versie is net als de vinylvariant opgedeeld in twee plaatzijdes die elk zes tracks bevatten: vijf compromisloze Datsunstampers gevolgd door een sfeervol en uitwaaierend chill-out moment. Erg sixties, doordrenkt met psychedelica en, met name in het geval van afsluiter ‘Somebody Better’, wonderschoon. Niet zo overdonderend als in 2002 en zonder instant klassiekers als ‘MF From Hell’ of ‘Harmonic Generator’ maar bij vlagen weer net zo energiek en bovendien op maat gesneden voor de aanstaande clubtour.
Eveneens in de high rotation; het naamloze debuut van Cage The Elephant uit Kentucky, USA. Een plaat vol indierock met een flinke scheut rhythm & blues die ten tijde van de release (afgelopen zomer) volledig aan me voorbij is gegaan. Een beetje Stooges, een beetje Dylan en zo nu en dan zelfs een tikkeltje funky. The Vines meets Beck, las ik ergens. Kortom: Toppertje.

Ziezo, we zijn weer up to date. Het kost even wat tijd maar dan heb je ook wat. Genoeg geluld, tijd voor muziek!

Smiths buzz

Volgens Gigwise moeten we niet raar opkijken als we volgend jaar The Smiths op één van de zomerfestivals zullen aantreffen. Marr en Mozz blijken namelijk "closer than ever" en Coachella zou al aan het onderhandelen zijn geslagen. Normaliter een bericht om zuchtend terzijde te schuiven maar nu zelfs ‘Chinese Democracy’ echt gaat verschijnen lijkt niets meer onmogelijk. Head Music zegt: fingers crossed, want dit smaakte twee jaar geleden naar meer. Veel meer.

The Last Shadow Puppets (Koninklijk Circus, Brussel 19-10-2008)

Op amper 500 meter van het huiskamerzaaltje waar Alex Turner drie jaar geleden op schuchtere wijze de Arctic Monkeys hype nog niet helemaal wist in te lossen, staat diezelfde snotaap nu zelfverzekerd en strak in het pak samen met de al even talentvolle Miles Kane in een stijf uitverkocht Cirque Royale theater als Last Shadow Puppet. In de rug gesteund door drummer (en officieuze) derde Puppet James Ford, toetsenist John Ashton, bassist Stephen Fretwell, twaalf strijkers, drie blazers en een paukenist.

Kane en Turner ogen cool, excelleren op vocaal gebied en weten vakkundig een gitaar te behandelen en het theaterpubliek tot op de laatste rijen te boeien. Als je niet beter zou weten zou je denken dat het duo al jarenlang niets anders doet, zo overtuigend wordt één en ander neergezet. Het materiaal van het eigen album ‘The Age Of The Understatement’ is natuurlijk al indrukwekkend maar wat The Last Shadow Puppets klaarspeelt met bijvoorbeeld Leonard Cohen’s ‘Memories’, David Bowie’s ‘In The Heat Of The Morning’ en vooral het Beatles-nummer ‘I Wan’t You (She’s So Heavy)’, doet de verbazing enkel stijgen. “Dat hadden de Beatles niet beter gekund,” verzucht mijn achterbuurman en dat was precies wat ik dacht tijdens dit, wat mij betreft, ultieme kippenvelmoment van 2008.

De absolute klasse van Turner en Kane wordt nog eens extra onderstreept wanneer men ook als duo onder begeleiding van één eenvoudige gitaar net zo stevig overeind blijft. Op de momenten dat er ruimte is voor wat psychedelische jams bewijst The Last Shadow Puppets ook zonder orchestratie een band van topformaat te zijn. Enkel de onderlinge grappen en grollen verraden de ware leeftijd van de schattige schaduwpoppetjes, hetgeen het gebodene nóg bijzonderder maakt. De meest kritische opmerking die ik vanavond kan maken is dat succesnummer ‘The Age Of The Understatement’ zo vroeg in de set valt, maar ook die keuze pakt niet verkeerd uit omdat het enthousiaste publiek in deze ongewone setting nu meteen bij de les is.

In tegenstelling tot de poolaapjes drie jaar geleden, lost The Last Shadow Puppets wél alle hooggespannen verwachtingen in, sterker nog, ze weet ze fors te overtreffen. Groots!

De foto is van Christoph. Meer Puppets in Brussel vind je t.z.t. bij Blog Party en Indindo.

Poppa Joe

Toen ik klaar was zat er een ander liedje in mijn hoofd, maar nu een waar ik een gruwelijke hekel aan had. Ik raakte het om een of andere reden niet meer kwijt. […] Tevergeefs probeerde ik de woorden te vergeten. Brown girl in the ring… Tralalala… Een deel van me voerde zonder erbij na te denken allerlei taken uit, terwijl de andere helft niets anders wilde dan dwars door alle gedachten heen stomme liedjes zingen.

Joe Simpson beschreef in zijn indrukwekkende boek ‘Over De Rand’ hoe hij, meer dood dan levend tijdens een helse afdaling na een fatale klimpartij, werd geteisterd door een lullig flutmelodietje dat hij maar niet uit zijn hoofd kon verbannen. Zo’n nietszeggend deuntje dat ineens opduikt om daar veel te lang rond te spoken… iedereen schijnt er op zijn tijd last van te hebben, zo ook ondergetekende. Vanochtend, terwijl ik wegens verkoudheid veel te vroeg in een ongemakkelijke sluimertoestand onder de dekens lag te woelen, was de onverklaarbare soundtrack ook weer moordend: ‘Poppa Joe’ van The Sweet. Misschien wel twintig jaar of langer niet meer gehoord en ineens was ie er en is ie gebleven tot het moment dat ik dit intik. Als deze blogpost niet voor de gehoopte verlossing zorgt hoop ik dat dokter Turner, dokter Kane en de Ipso zusters mij vanavond uit mijn lijden verlossen.

Dig Out Your Soul

"For some reason Blur have never managed to make the slightest impression on the Dutch. They didn’t like baggy, weren’t interested in Britpop […] and going there to promote the new record had been merely a polite formality. The articulated lorries full of super troupers, mega woofers and special effects would drive right through the Netherlands on a European tour. Most of the convoy would go straight to Denmark to wait at the stadium for us while we performed in the back room of a bar in Amsterdam."

Het waren bovenstaande woorden uit de autobiografie van Blur-bassist Alex James die me te binnen schoten bij de voorspelbare zure reacties op het nieuwe album van Oasis in ons kille kikkerlandje. Als we het Nederlandse journaille moeten geloven is de band enkel nog populair in haar thuisland en hebben de Gallaghers na hun tweede album geen noemenswaardig stukje muziek meer op plaat gezet. Oftewel; in het land der doven is 3FM koning. Reden voor Oasis om ons terecht te negeren tijdens haar grootste tour ooit. Gelukkig bevindt de Head Music HQ zich vlak bij de grens.

Anyway, terwijl onze DJ’s en OOR-recensenten het te druk hebben met het bewieroken van Bløf, Anouk en Kane en Engelse waar enkel omarmen als het verpakt is in aalgladde brokken à la Coldplay of er met koeieletters "hype" op staat geschreven, bevat het kakelverse ‘Dig Out Your Soul’ een stevige handvol puike songs en heeft Oasis op alle fronten de zaak keurig op de rails. Voorganger ‘Don’t Believe The Truth’ was al een verrassend sterk comeback-album waarop voorzichtig nieuwe wegen werden betreden en werd gevolgd door een overdonderende reeks optredens die de oude glorie in alle heftigheid deed herleven, het nieuwe album is zowaar nog een tikkeltje beter.
Oasis grijpt nóg minder terug op de succesformule uit haar gloriejaren en klinkt als een hechte band. Natuurlijk komen The Beatles nog geregeld voorbij maar bands als The Doors en The Pretty Things lijken net zozeer aanwezig en de groove is belangrijker dan ooit.
Sixties psychedelica, catchy riffs en een handvol prachtnummers die tot het beste van de band gerekend kunnen worden. ‘Bag It Up’, ‘Waiting For The Rapture’, ‘The Shock Of Lighting’, ‘I’m Outta Time’ en het betoverende ‘Falling Down’ bijvoorbeeld.
Het tweede gedeelte van het album zakt helaas iets in, hetgeen deels te danken is aan de compositorische bijdragen van bassist Andy Bell en gitarist Gem maar als dát het offer is dat Noel Gallagher moet brengen om de band op deze koers te houden zal het me allemaal worst wezen.
Oasis levert met ‘Dig Out Your Soul’ haar beste album af sinds ‘(What’s The Story) Morning Glory?’. Niet baanbrekend, vernieuwend of urgent maar een gepassioneerd stukje vakmanschap. En, zo weten we allemaal sedert de Grolsch-commercials, vakmanschap is meesterschap!