Niena China

Dat de schrijver van dit stukje niet bepaald een liefhebber is van Bløf zal de oplettende lezer niet zijn ontgaan, maar naar aanleiding van deze actie kan ik niet anders dan een diepe buiging maken. In de slipstream van de Zeeuwen laat Peter Pan Speedrock vandaag in Spits ook weten het Holland Huis te boycotten en Niena China te gaan, waarna ik me dan weer afvraag welke NOC-stropdas dit stukje topsport aan de programmering had willen toevoegen.

Neerlands Hoop

Nadat ik voor Apply Some Pressure werd gevraagd een persoonlijke Nederpop top 10 samen te stellen, vond ik in de Head Music archieven ineens een stapeltje vergeten gewaande cassettebandjes met het opschrift "Neerlands Hoop". Oftewel Bram Vermeulen en Freek de Jonge die in de jaren ’70 op onnavolgbare wijze een brug wisten te slaan tussen cabaret en rockmuziek. De oude tape klinkt inmiddels dof en gammel maar gelukkig biedt YouTube in zo’n geval uitkomst. Inclusief de bijbehorende beelden die ik nog nooit eerder had gezien. Freek als motorisch gestoorde frontman en Bram als altijd met de tweede stem achter zijn orgeltje, die met steun van een begeleidingsband van formaat heel duidelijk maken dat het écht niet John Lennon was die bij Acda en de Munnik voor de inspiratie zorgde. En (huiskamervraag) kennen we die langharige gitarist niet ergens van?
Over pioniers gesproken; tussen de stoffige Neerlands Hoop tapes zat ook nog een album dat bewijst dat diezelfde Freek met twee andere collega’s een paar jaar later tevens aan de wieg stond van de Nederhop. Inclusief een stel muzikanten die me ook al heel erg bekend voorkomen. Extince, eat your heart out!
En nu snel kijken of bovenstaand überjeugdsentiment inmiddels op DVD verkrijgbaar is.

The Bedlam In Goliath

Na het alles omverblazende debuut ‘De-Loused In The Comatorium’ en het sfeervolle ‘Frances The Mute’, verdwaalde The Mars Volta op het ietwat stuurloze ‘Amputechture’ steeds vaker in een doolhof van oeverloze improvisaties en eindeloze solo’s. Getuige de aan idioterie grenzende solo-uitspattingen van gitarist Omar Rodriguez-Lopez werd door ondergetekende dan ook met grote vrees uitgekeken naar ‘The Bedlam In Goliath’, een angst die gelukkig ongegrond is gebleken. Op dit vierde studio-album klinkt The Mars Volta namelijk compacter, gestructureerder en daardoor toegankelijker dan ooit. Dat dit alles niet ten koste is gegaan van de muzikale gekte, duizelingwekkende speltechniek en dito experimenteerdrift zegt voldoende over de kwaliteiten van de beide oppervolta’s Rodriguez-Lopez en Cedric Bixler-Zavala, alsmede de bonte stoet aan muzikaal personeel, waaronder meestertrommelaar en voormalig wonderkind Thomas Pridgen, die een belangrijke rol opeist en de zaak (soms op wonderbaarlijke wijze) bij elkaar weet te houden. De muzikale variatie is enorm en de term punkprog nog steeds op zijn plaats. ‘The Bedlam In Goliath’ is meer dan voorheen hardrock-georiënteerd maar refereert net zo vaak aan een band als King Crimson of de oude Mothers Of Invention. Belangrijker is echter dat de spelvreugde en energie er vanaf spatten, zozeer dat zelfs de grootste scepticus zich geen moment zal storen het tekstuele concept dat zou zijn ontsproten uit een mysterieus Ouijabord dat zich tegen de band zou hebben gekeerd (met overstromingen en verdwenen songs als resultaat) en dientengevolge werd begraven, met dit meesterwerk (en een aardig stukje extra publiciteit) als gevolg. Of zoals NME schreef: "It’s a grand catharsis from the forces of evil. Or, for those unwilling to allow a little imagination into their lives, just a really fucking good record." Jaarlijstmateriaal!

Hebbes

Nadat ik hem al een tijdje geleden had ontdekt in de etalage van Bopp Music (wiens eigenaar dankzij deze legendarische band ook nog een stukje jeugdsentiment naar boven wist te halen) was ik er meermaals langsgelopen. Telkens trok hij mijn aandacht en het was wachten op het moment dat ik daadwerkelijk de shop zou betreden om hem aan te schaffen; de Danelectro 59-DC. Ãœbervintage, bloedmooi, legendarisch. En verdorie, hij speelt heerlijk en klinkt prachtig. Maar dat had ik al begrepen uit de vele positieve reviews. Als het hier (in tegenstelling tot in de Head Music HQ) de komende tijd verdacht stil is weten jullie waarom.

Dutch cunts

"It seems that I can’t please someone, what’s the fucking use, you Dutch cunts!" Aldus Pete Doherty voordat hij halverwege zijn optreden in de Eindhovense Effenaar het podium verliet omdat er, zoals in dit land gebruikelijk, lustig en luidkeels door het optreden heen werd gekwebbeld. Op dit weblog werd er al eens aandacht aan besteed, net als op Alternative en menige andere muzieksite (met extra kudos voor deze bijdrage van Nico Dijkshoorn): De Hollandse Ziekte, die nogmaals wordt onderstreept door een Effenaarganger op het Pete’s Road To Eindhoven blog: "Hoezeer ik er ook van baalde dat ze weggingen (tot het moment dat ze van het podium afstapten stond ik zeer te genieten), ik was blij dat er eindelijk eens iemand iets durfde te zeggen van dat gelul. Waar je ook komt in Nederland, overal lult men door artiesten heen die hun best staan te doen je een plezierige avond te bezorgen! Mijn zegen hadden ze dus."
De onvolprezen Graham Coxon vertrouwde ons na een concert in Keulen ooit toe het helemaal te hebben gehad met "The Dutch" en dook vervolgens blozend in zijn jas weg toen wij onze nationaliteit bekend maakten, terwijl wíj het waren die ons diep hadden moeten schamen. Gelukkig zijn we vanuit de Head Music HQ binnen no time zowel aan oostelijke als westelijke zijde de grens over, zodat we de zalen in dit "asociale kutland" zo veel mogelijk kunnen negeren. En dat is maar goed ook, want ik erger me al mateloos als ik artikelen als bovenstaande lees. Genoeg geluld, tijd voor muziek!

Head Music 2.0

Nu het alweer bijna drie jaar geleden is dat dit weblog het daglicht zag, leek het me tijd voor een nieuwe lay-out. Uiteraard geheel in de vertrouwde Head Music stijl en dan is een stukje muziek van dat inspirerende album wel zo passend als eerste post in deze nieuwe omgeving. Bovendien is het een mooie manier om in een inspiratieloze periode toch nog iets te posten en jullie op de koop toe weer eens een nummertje van Suede door de strot te duwen.

Pinkpopmania (3)

Omdat ik normaal gesproken niet zo van megaconcerten hou en zelden in de pas loop met de muzikale smaak van het grote publiek, is het de afgelopen vijfentwintig jaar nog nooit voorgekomen dat ik voor een ticket in de rij heb moeten staan. Met deze happening als grote uitzondering, al betrof het toen een digitale variant.
Maar goed, gisterochtend was het dan zo ver toen ik bij het ophalen van mijn gereserveerde Pinkpop tickets met moeite de deur van mijn Sittardse voorverkoper open kreeg en daarna tot mijn grote verbazing strandde in een mensenmassa die ik daar nog nooit eerder aantrof. Toen ik de zaak een half uur later verliet kon de deur niet eens meer dicht. Later hoorde ik van een medewerker van een Heerlense concurrent dat deze op dezelfde dag niet minder dan 2.400 tickets over de toonbank zag vliegen. Maal een paar euro servicekosten. Het lijkt me een omzet die deze platenboer op een reguliere zaterdag al lang niet meer weet te behalen, waarmee de populaire programmering van Jan Smeets niet alléén onder de Zuid-limburgse muziekliefhebbers voor blije gezichten heeft gezorgd. Al zullen ze bij de internetprovider van Ticketservice andere gedachten hebben gehad want deze lag er wegens de enorme drukte zowaar enige tijd uit.
Alle discussies over de kwaliteit van het programma terzijde blijkt de line-up meer dan ooit een schot in de roos en hier in het zuiden, wáár je ook komt, hét gesprek van de dag. Deze Pinkpopveteraan (23 jaar geleden zette ik mijn eerste schreden in het Geleense Burgemeester Damenpark) heeft dan ook de indruk dat het festival nog nooit zo hot was als in 2008, iets dat me aan de ene kant tot vreugde stemt maar anderzijds ook al vooruit doet enken aan de immense drukte op de eerste twee festivaldagen die normaal gesproken heerlijk relaxt in relatieve rust konden worden doorgebracht, al dan niet liggend in het gras of pal voor een podium en zonder wachtrijen bij bierstand en toilet.

Voor het gebruikelijke gelummel en de ouderwetse festivalsfeer, zal ik daarom op 2e Pinksterdag toch naar Pinkpop Classic (1 podium, 7 bands) moeten, iets dat wel tot de mogelijkheden behoort omdat mijn grote held Fish daar mag doen wat Marillion vorig jaar verzuimde: het opwekken van een aangename portie magische progrocknostalgie. Hetgeen me toch weer brengt bij het fantastische laatste album van deze vriendelijke Schotse reus, dat hier weliswaar maanden geleden al de hemel werd ingeprezen maar op 12 februari officieel werd gereleased en dus nu pas voor iedereen beschikbaar is. En daarbij mag ik graag even uit OOR citeren: "Muzikale partner Steve Vantsis laat Fish onbekend terrein verkennen […] en zijn gitaarwerk is om van te watertanden. […] Een doorstart waarbij ook de rol van producer Calum Malcolm niet mag worden onderschat. Tel daarbij de eerlijke teksten, gekoppeld aan zijn met emotie geladen stem en je wordt toch weer meegetrokken in de altijd kommervolle wereld van Fish. Je moet wel een hart van steen hebben om niet geraakt te worden."

12 Mei, Megaland, Landgraaf. Maximaal 20.000 bezoekers, geen gedrang voor toilet of bier en volop kaarten verkrijgbaar. Grootste nadeel is meteen het grootste contrast met het échte Pinkpop: de dodelijk saaie headliner.

PS. Tijdens het wachten op mijn kaartjes kon ik het niet laten de Oasis-DVD dubbelaar ‘Lord Don’t Slow Me Down’  uit een rek te plukken en af te rekenen. Een aanrader van de hoogste orde van een band in absolute topvorm.