20th Century Boy

Zijn muziek lijkt gezien de huidige herwaardering van de Britse glamrock nog steeds actueel maar het is desondanks opvallend stil op de zestigste geboortedag van Marc Bolan. Destijds niet langer dan drie jaar écht interessant maar dat was blijkbaar meer dan voldoende om diepe indruk te maken op een bonte stoet aan collega-muzikanten en navolgers die qua diversiteit uiteenlopen van David Bowie, Siouxie & The Banshees, Suede, Placebo, Oasis en The Smiths tot en met de Mötley Cüe’s en Twisted Sisters van deze wereld, alsmede de 21th century boys van The Fratellis, Kaiser Chiefs en Switches. Er zijn wijlen popsterren die voor minder worden herdacht.

Once Upon A Time In The West

Damn, wat viel ‘Once Upon A Time In The West’ tijdens de eerste draaibeurt tegen. Nu waren mijn verwachtingen al niet zo hoog omdat het geweldige debuutalbum ‘Stars Of CCTV’ op voorhand niet overtroffen zou kunnen worden en de vooruitgeschoven single ‘Suburban Knights’ bij lange na geen ‘Hard To Beat’ was. Dus toen een aantal vooroordelen over de altijd moeilijke tweede (rustiger, gladder, minder urgent) aanvankelijk volledig leken te worden bevestigd had ik meteen gegeten en gedronken. Totdat het album op mijn iPod belandde en een aantal van diens melodietjes en refreintjes zich al na draaibeurt nummer twee in mijn hoofd nestelden. Hoezeer Hard-Fi het geluid van de straat dan ook mag hebben ingeruild voor de luxe van de high-tech geluidsstudio, ze weet nog steeds hoe een pakkende song in elkaar te steken. Minder energiek dan voorheen maar nog altijd aanstekelijk en meezingbaar. Een enkele keer wordt de lijn van ‘Stars Of CCTV’ op overtuigende wijze doorgetrokken (‘Little Angel’) maar vaker nog durft de band de bakens te verzetten zonder haar eigen gezicht te verliezen. Zelfs de soberste ballad (‘Tonight’) klinkt nog onmiskenbaar als Hard-Fi, dat tegenwoordig steeds meer pure (brit)pop in haar songs laat doorklinken zodat de soms Clash-achtige suburbia-indie van weleer een enkele keer langs een band als Blur schuurt maar soms ook akelig dicht tegen Robbie Williams of Justin Timberlake aan schurkt. Het maakt Hard-Fi toegankelijker en hitparadegericht maar anderzijds ook veelzijdig. ‘Once Upon A Time In The West’ is daarom moeiteloos in één ruk uit te luisteren zonder dat de verveling toeslaat, waarna prachtsongs als ‘I Shall Overcome’, ‘Watch Me Fall Apart’, ‘Television’ en ‘We Need Love’ tussen je oren blijven rondzingen. Ondanks de aanwezigheid van het fantasieloze ‘Help Me Please’ en het gebrek aan krakers van het kaliber ‘Living For The Weekend’ is ‘Once Upon A Time In The West’ derhalve een fikse stap voorwaarts. Niet zozeer voor de streetwise indie Hard-Fi als wel voor de Hard-Fi die zich ooit liet ontvallen te willen concurreren met de Madonna’s en 50 Cents van deze wereld. Zolang deze ontwikkeling pareltjes als ‘The King’ oplevert hoor je mij niet klagen.

Zappa Plays Zappa (013, Tilburg 26-9-2007)

Omdat de Tour De Frank 2.0 al een jaar na de eerste editie de wereld rondtrekt ontkom ik niet aan een vergelijking met de succesvolle voorganger. Het grootste verschil met vorig jaar is het ontbreken van de grote publiekstrekkers. Geen drumclinic a la Terry Bozzio en geen gitaargod van het kaliber Steve Vai, met als gevolg dat Dweezil en co deze keer beduidend kleinere zalen aandoen en meer als een (h)echte band overkomen. De sfeer is dientengevolge stukken beter dan destijds, hetgeen ook de muzikale uitvoering ten goede komt. Buiten de momenten dat de muzikanten zich met zichtbaar genoegen te buiten mogen gaan aan improvisaties en muzikale grappenmakerij, staat enkel de muzikale genialiteit van de via een videoscherm tijdens een handvol nummers meezingende en solerende grootmeester zelf centraal. Zoonlief stapt alleen in de schijnwerpers tijdens de aankondigingen en zijn solo’s, terwijl de excellerende Ray White stralend en genietend voor de slagroom op de taart zorgt. Hoezeer de band zich ook in Zappa’s stijl, techniek en geluid heeft verdiept en hoe perfect het ook mag klinken, zonder passende en authentieke vocalen is het onmogelijk de juiste snaar te raken. Zodoende is het White die de gedreven uitvoeringen van het materiaal uit de vroege jaren ’80 naar het hoogst denkbare niveau tilt. Aangezien drummer en vaultmeister Joe Travers vocaal soms meer als Zappa klinkt dan de snorremans zelf, is de overeenkomst met het origineel zo nu en dan bijna akelig te noemen. Zeker als vader Frank zelf tot vier keer toe vanaf een videoscherm een vocaal steentje bijdraagt of een karakteristieke solo doneert.

De setlist is gevarieerd en bestaat voor een groot deel uit minder voor de hand liggende tracks. Geen ‘Bobby Brown’ of ‘Dancing Fool’ voor de Arbeidsvitaminefans maar des te meer smakelijks voor de ware connaisseurs. Dweezil laat zich niet leiden door succes maar door pure kwaliteit en dat siert hem. Absolute hoogtepunt is wat ondergetekende betreft dan ook het supertrio van het uit 1967 stammende ‘Absolutely Free’ album: ‘Son of Suzy Creamcheese’, ‘Brown Shoes Don’t Make It’ en ‘America Drinks And Goes Home’. Maar ook tijdens een adembenemend mooie versie van ‘Zoot Alures’ en een zinderend ‘G-Spot Tornado’ lopen de rillingen over mijn rug. ‘Willy The Pimp’ en ‘Wind Up Working In A Gas Station’ bieden me de gelegenheid om lekker uit mijn dak te gaan en uiteraard mag Ray White’s finest moment niet onvermeld blijven: ‘The Illinois Enema Bandit’. Maar eigenlijk is elk nummer een schot in de roos en in tegenstelling tot vorig jaar biedt de bijna drie uur klokkende gig geen enkele ruimte om even een biertje te pakken of het toilet te bezoeken. Al worden we tijdens het met improvisaties en experimenten aan elkaar geplakte ‘Duprees Paradise’ danig op de proef gesteld. Gelukkig wordt één en ander op een luchtige en humoristische wijze gebracht zodat het alleen al om te zien tot het einde amusant blijft. Net als de aanblik van Dweezil die nog steeds zichtbaar van elke minuut geniet. De manier waarop hij zo nu en dan met de rug naar het publiek naar zijn geprojecteerde solerende pa staat te kijken is aandoenlijk. De manier waarop good old Ray White vader en zoon met een ontroerde blik gade slaat niet minder.

Toch is het juist de oude meester zelf die hoog boven het podium vanaf het scherm de vinger op de enige zere plek legt. Immers, hoe perfect, enthousiast, overweldigend en spannend het ook oogt en klinkt, het natuurlijke charisma en de eigengereidheid van de grote inspirator valt op geen enkele manier te reproduceren. Desondanks is het louter euforie die na afloop overheerst. Dichter bij het origineel zullen de Zappatista in 013 namelijk nooit meer geraken. Alhoewel het "see you next year" hoop geeft. Volgend jaar een Tour De Frank 3.0 met Flo & Eddie en een daverende uitvoering van ‘Billy The Mountain’? Go Dweezil Go!

Setlist: A ‘classico improvisatione’ overture: Uno Due Quatro Eins Zwei Fier, Dumb All Over, What’s New In Baltimore, Carolina Hardcore Ecstasy, City Of Tiny Lights, Advance Romance, Son Of Suzy Creamcheese, Brown Shoes Don’t Make It, America Drinks And Goes Home, Dog Breath Variations / Uncle Meat, Stinkfoot, Pygmy Twilight, Dupree’s Paradise, Uncle Remus, Willy The Pimp, Joe’s Garage, Wind Up Workin’ In A Gas Station, San’ Berdino, Zoot Allures, The Illinois Enema Bandit, Cosmic Debris, G-Spot Tornado, Muffin Man.

FZ

Toen Frank Zappa in 1988 door Europa tourde liet ik de kans om hem te zien aan me voorbij gaan. De ware Zappamania barstte bij mij namelijk pas later los en aangezien de albums die in die periode verschenen  (‘Francesco Zappa’, ‘Frank Zappa Meets The Mothers Of Prevention’, ‘Jazz From Hell’, ‘London Symfonic Orchestra Vol. 2’, ‘Guitar’) me niet echt boeiden, vond deze armlastige student het risico te groot om voor veel geld zijn hoofd te stoten aan een avondje synclaviergepingel, eindeloze gitaarsoli of klassieke piep-piep-knor. Toen niet veel later de eerste verslagen van de betreffende tour verschenen drong pas tot me door wat ik had gemist, iets dat later nog eens extra werd ingepeperd door de sublieme live-registraties ‘Broadway The Hard Way’, ‘Make A Jazz Noise Here’ en het in dit geval zeer toepasselijk getitelde ‘The Best Band You Never Heard In Your Life’. Van dat laatste bleek geen woord gelogen en de setlist leek elke avond voor mij op maat gesneden. De 1988 tour zou Zappa’s laatste zijn. Het met FZ klassiekers opgeleukte optreden dat de beide zonen Ahmet en Dweezil samen met voormalige Zappamuzikanten Scott Thunes en Mike Keneally begin jaren ’90 in Paradiso ten beste gaven verzachtte de pijn een heel klein beetje en toen dezelfde bezetting twee jaar later onder de naam Z door Europa tourde stond ik wederom tot twee keer toe met mijn snuit vooraan. Net als vorig jaar tijdens de eerste versie van het Zappa Plays Zappa spektakel waarin oudgedienden Napoleon Murphy Brock, Steve Vai en Terry Bozzio mochten opdraven en dat vanavond wegens succes wordt geprolongeerd in Tilburg. Inclusief good old Ray White en een setlist die op voorhand al voor kippenvel zorgt. Pleister nummer vijf op een 19 jaar oude wond die maar niet wil helen.

Watblief? (2)

"Zoals je ziet is je luistergedrag helemaal OK!"

Vernam ik onlangs al dat mijn gehoor ondanks mijn veelvuldige concertbezoeken nog steeds goed is, blijkt mijn iPod-gedrag ook helemaal aan de eisen van het KNO-genootschap te voldoen. Althans volgens deze test. Voorlopig zit het dus nog wel goed met mijn hoorvermogen. Of dat over een maand nog zo zal zijn is nog maar zeer de vraag want op 20 november worden mijn oren voorafgaand aan de optredens van The Enemy (22) en Interpol (23) ook nog vakkundig getest door Dokter Rock zelve. Anything Louder Than Anything Else! Ik denk dat ik het in december maar eens iets rustiger aan ga doen. Via.

What Musical Instrument Should You Play?

Improvisational and informal,you can’t deal with an
instrument that has too many rules or complexities.

You are much more interested in creating unique solos
than immersing yourself in music theory.

Als jochie wilde ik altijd gitarist worden. Hoewel ik later met veel plezier in groepsverband lawaai heb mogen produceren met een imitatie Les Pauls om mijn nek, ben ik die kwalificatie nooit echt waardig geweest en mijn carrière als zanger was al net zo succesvol. Achteraf gezien lag het dus allemaal aan de verkeerde instrumentkeuze. Fijn dat te weten. Alleen erg jammer dat ik altijd een beetje kriebelig wordt van al te veel getoeter.