It was 40 years ago today…

Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band is niet mijn meest favoriete Beatles album (‘Revolver’ en ‘Abbey Road’ draaien vaker rond in de Headmusic stereo) maar waarschijnlijk wél haar belangrijkste, invloedrijkste en meest monumentale. Inclusief mijn favoriete fab four nummer: ‘A Day In The Life’. Vandaag wordt Sgt. Pepper 40 jaar en staat hij nog steeds fier overeind. Een tijdloze klassieker die het verdient om elke tien jaar opnieuw vol in de spotlights te staan.

Fucking irritant

Nu ieders persoonlijke Pinkpophoogtepunten via de fora, communities en blogs het web op druppelen moet ik (gesteund door enkele reacties op een vorig onderwerp) even iets kwijt over de twee absolute dieptepunten van het festival. De eerste heet Giel Beelen, de tweede Eric Corton. De zelfverklaarde muziekkenners die waren ingehuurd om de bands aan te kondigen verloren zichzelf namelijk in schaamteloze zelfverheerlijking en tenenkrommende borstklopperij. Zaterdagochtend zette Beelen al tijdens zijn eerste praatje de toon door zich tot grote ontdekker van Goose te bombarderen waarna er drie dagen lang geen houden meer aan was. Zo weten we nu dat beide heren persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het grote succes van The Fratellis, dat mijnheer Corton Maxïmo Park al zag toen ze nog in hele kleine zaaltjes speelden, dat hij de Five O’ Clock Heroes wel eens privé spreekt en dat hij als allereerste Wolfmother de ether in smeet. Eigenlijk werd gaandeweg het festival duidelijk dat het duo Giel en Eric aan de wieg stond van de complete line-up en dat alle acts stuk voor stuk fucking goed danwel fucking rock & roll zijn. Maar uiteraard lang niet zo fucking cool als Giel en Eric – die zich al schreeuwend en groots gebarend ontpopte tot de Freddie Mercury van Hilversum – zelf. Wijlen Tedje van Es en F. Jacobse hadden daar ooit een heel fraaie uitdrukking voor: Mogen we even overgeven?

Pinkpop maandag

Pinkstermaandag is de traditionele Pinkpopdag en dus was het weer een drukte van jewelste in Megaland. Tijdens het prima optreden van The Fratellis (die ter verhoging van de feestvreugde een trio blazers hadden meegenomen) was daar nog weinig van te merken en ook bij de verrassend leuke Five O’Clock Heroes hoefde je nog niet echt te dringen om diens puntige soms swingende indie-sound van dichtbij te consumeren. Dat was drie kwartier later bij Wolfmother wel even anders. In de afgebakende ruimte voor het hoofdpodium was er geen doorkomen meer aan, waarbij me vooral de jeugdige leeftijd van de fanatiekste fans opviel. Wolfmother zoekt namelijk het midden tussen de oude Led Zeppelin en de net zo antieke Black Sabbath, en dan heb ik het dus over eind jaren ’60 begin ’70. Helaas zonder de virtuositeit van de grote voorbeelden maar wél met een dubbele dosis energie ter compensatie. The Magic Numbers lijken sinds album nummer twee steeds minder retro-gericht en dat resulteerde op Pinkpop in een krachtigere show dan ik van ze gewend was. Desondanks staken de nummers van het debuut met kop en schouders boven de rest uit, zeker in een betoverend mooie vertolking als vandaag wederom het geval was. In afwachting van Arctic Monkeys bewees Scissor Sisters dat haar grap geen twee jaar houdbaar is. De scherpe randjes zijn inmiddels wel van deze Elton John – Village People combine af en ze komt op Pinkpop zelfs misplaatst over. Aan scherpe randjes geen gebrek bij Arctic Monkeys, dat leek te hebben besloten haar repertoire in een hogere versnelling dan gebruikelijk op de gewillige massa af te vuren. Pittiger dan het vorige festivalseizoen en met nog meer instant klassiekers op het repertoire dan destijds. Zelfs van grote afstand met verwaaid geluid bleef het boeiend, al was het maar om te zien hoe natuurtalent Alex Turner schijnbaar zonder enige moeite het publiek tot ver achter de geluidstoren wist te raken. Aan het luidruchtige Linkin Park viel helaas niet te ontkomen tijdens onze wandeltocht richting The Kooks maar daardoor klonken de eerste tonen van de razendpopulaire britpoppers des te mooier en als een soort verlossing. The Kooks doet aan Razorlight achtige indie met zo nu en dan een Police riedeltje en bleek ten opzichte van haar laatste clubtour behoorlijk gegroeid. Frontman Luke Pritchard hing in de John Peel tent niet meer de hele tijd de grote ster uit en de rest van de band zorgde voor veel meer dan solide ruggesteun. The Kooks bleek een echte band te zijn geworden en werd daarvoor rijkelijk beloond door het dankbare publiek dat inmiddels al rijen dik buiten de tent poogde een glimp van de vier snotapen op te vangen. Waarmee Pinkpop 2007 voor mij ten einde kwam omdat ik allergisch ben voor zowel Billy Corgan alsmede reünies uit de We’re Only In It For The Money categorie. Pinkpop 2007 was muzikaal heel behoorlijk maar bleef qua sfeer een beetje achter, al zal dat vandaag vooral aan het weer hebben gelegen. Op naar Pukkelpop!

Pinkpop zondag

Tijdens Gabriel Rios’ ‘Broad Day Light’ mag de zon dan voor de eerste keer doorbreken, hij fungeert net als zijn landgenoot Ozark Henry vooral als achtergrondmuziek tijdens de eerste uren van Pinkpopfestival. Razorlight is na Goose de eerste band van de 2007 editie die mijn aandacht een vol uur lang weet vast te houden. Zanger Johnny Borrell lijkt er wat minder zin in te hebben dan onlangs in de Brusselse AB maar qua uitvoering klinken de stuk voor stuk ijzersterke nummers bijna net zo goed. Jammer alleen dat het Nederlandse publiek totaal onbekend lijkt met het oudere werk van de band zodat de sfeer juist tijdens de krakers van weleer behoorlijk in zakt. Dat is bij den oude Iggy wel anders. Tijdens het optreden van zijn Stooges zijn het namelijk juist de klassiekers die de meeste bijval krijgen, hetgeen gezien het twijfelachtige niveau van het meest recente materiaal natuurlijk niet vreemd is. Iggy is in vorm, heeft er zin in en voert zijn overbekende act feilloos op. Ik zou zijn show graag af willen zien, ware het niet dat ik op tijd in de John Peel tent wens te zijn voor de aftrap van Maxïmo Park, én in de wetenschap dat The Stooges later dit jaar ook op Pukkelpop de boel op stelten zullen zetten. Maxïmo Paul en The Park doen precies waar ze de voorgaande keren dat ik ze zag ook in excelleerden. De magie en intimiteit van het clubcircuit ontbreken uiteraard jammerlijk maar de fikse dosis energie en muzikale halsbrekerij blijken het ook in de opvallend goed gevulde festival tent goed te doen. Ondanks een wegens abominabele geluidsmix valse start, maar daar maalt na drie nummers niemand meer om. Maxïmo Park fikst het wederom. Chapeau! Omdat Amy Winehouse ter elfder ure cancelt en haar plaats wordt opgevuld door (godbetert) Krezip, besluiten we het festivalterrein, na nog even smakelijk te hebben gelachen om Lostprophets en te hebben gegaapt tijdens Snow Patrol, op een christelijk tijdstip te verlaten om zo morgen in alle vroegte fris aan de start te kunnen staan voor de drukke en qua programmering bomvolle slotdag.

Pinkpop zaterdag

De eerste de beste! In de verte verstopt op het immense hoofdpodium op een veel te vroeg tijdstip rees al snel de vraag wat voor feest er was ontstaan had Goose in de naastgelegen tent de eerste Pinkpopdag mogen afsluiten. Het viertal uit Kortrijk zette namelijk een stampende, snoeiharde en uiterst swingende set neer die zowaar de allereerste bezoekers meteen in beweging kreeg en aldus naar meer smaakte. Verder gebeurde er op de Pinkpopzaterdag bar weinig. The Noisettes stelden ronduit teleur en hun op de plaat soms aardige songs kwamen live totaal niet uit de verf, mede dankzij een zeer slordige uitvoering, een erg matige zangeres en een belabberd geluid. Juliette en haar Licks herhaalden hun festivalkunstje uit 2005 (stevig doch braaf rocken) echter deze keer met twée crowdsurfsessies van de in latex en spandex gehulde zangeres. Wir Sind Helden ontpopte zich met haar popliedjes volgens het boekje aangevuld met een voorzichtig naar soul riekend blazersensemble als een soort Duitse De Dijk; onderhoudend voor een klein kwartier maar meer ook niet. De vuurpottententoonstelling van Within Temptation zou het goed hebben gedaan tijdens een Intratuin koopavond maar werkte op Pinkpop op Spinal Tap-achtige wijze op de lachspieren. Muzikaal is de Efteling-metal formule inmiddels al dermate uitgemolken dat enkel de in zwart gehulde grietjes op de voorste rijen nog opgewonden raakten. Gelukkig voor de rest was het ook etenstijd. Na zoveel middelmaat had ik geen zin meer om op mijnheer Manson te wachten zodat ik tijdig huiswaarts keerde om morgen fris te beginnen aan de échte start van Pinkpop 2007.