Amputechture

Voor de mensen die n.a.v. mijn blog van gisteravond medelijden hebben met mijn buren: vreest niet, de afgelopen week kregen ze namelijk dit voor de kiezen. Een album waar zelfs ondergetekende even van moet bijkomen na beluistering. Het verschil met de voorgangers zit hem in de details en in het opvallende gegeven dat er hier en daar relatief toegankelijke songstructuren opduiken. Dat wil zeggen; tussen de typische Mars Volta uitspattingen door, want ook Amputechture is een zware pil waarin de grenzen van het toelaatbare worden opgezocht en afgetast. Aan muzikale omschrijvingen doe ik inmiddels niet meer want The Mars Volta is een genre op zich geworden en dat is zowaar een prestatie van formaat. Liefhebbers van de voorgaande twee albums, überprogrockers alsmede mensen die bij deze genoemde invloeden beginnen te watertanden, kunnen overgaan tot een blindelingse aanschaf. De rest is bij deze weer eens gewaarschuwd. Het valt me nu trouwens pas op dat ik de katten van de buren al bijna een week niet meer heb gezien…

Iron Maiden

Een jaar of 25 geleden werd ik geregeld aangesproken als ik in mijn Iron Maiden sweater over het schoolplein liep. Heavy Metal was in mijn woonplaats destijds nog gewoon een undergroundcultuur en de liefhebbers redelijk schaars. En dat allemaal omdat men het doorgaans maar teringherrie vond, waarschijnlijk omdat het pleps geen weet had van het bestaan van een bandje als Venom. Hoe dan ook; na ‘Powerslave’ werd het allemaal veel minder interessant en na de aanschaf van ‘Seventh Son Of A Seventh Son’ (de laatste echte lp die ik ooit kocht) viel het doek wat mij betreft definitief. Inmiddels prefereer ik de line up met zanger Paul diAnno, al blijven ook de eerste drie albums met opvolger Bruce Dickinson zeer de moeite waard. Nu, in de zomerse herfst van 2006, luister ik naar ‘A Matter Of Life And Death’, het veertiende studio album van de band, met Dickinson nog steeds achter de microfoon en maar liefst drie gitaristen ter ondersteuning. Opener ‘Different World’ klinkt meteen zo vertrouwd dat ik me moet bedwingen niet naar de platenkast te lopen om ‘The Number Of The Beast’ op te zetten. Als vanouds dus, maar juist daar wringt hem de schoen. Drie nummers verder weet de band mijn aandacht nauwelijks nog vast te houden. Niet omdat het zo slecht is, maar omdat het allemaal té vertrouwd in de oren klinkt. ‘A Matter Of Life And Death’ is net als haar artwork ook muzikaal de zoveelste herhalingsoefening van een band die weliswaar nog steeds mijn sympathie heeft (jeugdsentiment!) en waarvoor ik veel respect kan opbrengen, maar die al twintig jaar niet meer in staat is om te verrassen of het niveau van haar oude materiaal te evenaren. En dus trek ik na beluistering weer gewoon een plaatje van vóór 1986 uit de kast. Even frons ik mijn wenkbrauwen als ik hoor dat er vandaag de dag enige Rainbow achtige melodieën in de Maiden sound opduiken, maar ook dan verlang ik eigenlijk meteen naar ‘Rainbow Rising‘ of ‘Long Live Rock & Roll‘, die vanavond zeker nog door huize Headmusic zullen gaan schallen. En denkend aan Rainbow schiet ook meteen Whitesnake door mijn hoofd. ‘Live In The Heart Of The City‘ komt straks dus ook nog aan de beurt, waarna een spetterend oudje van de Coverdale Hughes Deep Purple onafwendbaar lijkt. En zo eindigt een draaibeurt van de nieuwe Iron Maiden vooral in een avondje hardrocknostalgie. Waarvoor dank! Maar of dat nu de bedoeling is geweest van de Maidens…
‘A Matter Of Life And Death’ vind je hier als mp3 (uiteraard alleen maar om te luisteren en als ie bevalt aanschaffen bij de betere platenboer), hoe ijzersterk Maiden ooit was zie en hoor je hier en de vraag "whatever happened to Paul Di Anno" wordt hier beantwoord.

Naschrift: Met dank aan de ijzeren maagd kwam zelfs dit museumstuk nog eens in mijn cd-speler terecht. Het moet nu niet veel gekker gaan worden…

Smoke & Mirrors

Hoera, het nieuwe Datsuns album staat op de 3voor12 luisterpaal. Minder bombastisch dan haar voorganger maar lang niet zo spetterend als het debuut. Het is in ieder geval de meest afwisselende plaat van Dolf en co, met voldoende nummers om live weer menige zaal tot ontploffing te brengen. Maar een nieuwe MF From Hell staat er helaas niet op.

The Rifles (Prime Club, Keulen 25-9-06 )

"They are heavily influenced by The Clash, The Jam and 90s Britpop." Aldus Wiki over The Rifles. En daar is geen woord van gelogen. Bovendien mag daar gerust bij vermeld worden dat de band net als haar grote voorbeelden in staat is om uitstekende aanstekelijke punky popsongs te schrijven. Met name de handvol singles van de band steken met kop en schouders boven het gros van de concurrentie uit en het is dan ook niet vreemd dat er in de volgepropte, bloedhete pijpenla genaamd Prime Club een aardig feestje losbarst als instant klassiekers van het kaliber ‘Local Boy’, ‘She’s Got Standards’ en ‘Repeated Offender’ uit de PA knallen. Omdat dit laatste nummer als opener fungeert is het dus meteen goed raak maar of het zo slim is om met je allerbeste song te beginnen… In de drie kwartier die volgen komen nl ook de wat zwakkere broeders van het debuut-album ‘No Love Lost’ voorbij, zodat de boel af en toe toch wat dreigt in te zakken. Gelukkig blijkt het Londense viertal qua spelvreugde en muzikale kundigheid zwaar in orde, zodat niemand van de aanwezigen ontevreden huiswaarts hoeft te keren. Kortom; een goed en leuk concert maar niet groots of écht memorabel. Wél memorabel: Five Fast Hits. Ik heb zelden een band gehoord en gezien die haar muziek zo schaamteloos bij elkaar heeft gejat. In dit geval van Arctic Monkeys en The Libertines. En dat alles met een ritmevastheid en instrumentbeheersing waar Babyshambles nog een puntje aan kan zuigen. Tenenkrommend. Het lijkt zo langzamerhand tijd te worden voor een actiegroep tegen voorprogramma’s.

Ouwe zeur

Sting? Sting… Is dat niet dat grootgebekte opdondertje dat na welgeteld één opzienbarend en daadwerkelijk spannend album op de automatische reggaepiloot overschakelde en vervolgens langzaam maar zeer zeker wegzakte in slaapverwekkende middle of the road pop voor rimpelrockbezoekers en muzikaal gezien al meer dan twintig jaar op sterven ligt? Ik sluit me dan ook geheel aan bij de mening van dr. Henkenstein op wiens weblog ik dit stukje ergernis opliep (en bovenstaand plaatje jatte). Waarvoor dank.

John rules!

Begin van de maand werd dit pand te koop aangeboden, waarna het storm liep bij de betreffende makelaar. Onder de geïnteresseerden bevond zich ook de familie Mistery Jet die haar verblijf op Eel Pie Island blijkbaar beu is. Riekt dit naar een goedkope publiciteitsstunt? Geef mij dan maar Chili Pepper John Fusciante, wiens hommages recht uit het hart komen. Check ‘Golden Hair‘, ‘Jugband Blues‘ en ‘Long Gone‘. Kippenvel!

Naschrift: Driewerf hoera voor YouTube! Hier de originele ‘Jugband Blues’.