Pukkelpop 2005 (18/19/20-8 Hasselt)

Samen met vele tienduizenden muziekliefhebbers, ongeveer 180 bands verspreid over 8 podia en met medewerking van de Vlaamse weergoden werd de twintigste editie van Pukkelpop gevierd. Aan de hand van een strak spoorboekje werd gepoogd de meest interessante artiesten met een bezoekje te vereren en dat was dit jaar dus niet zo heel makkelijk. Er zou immers veel bijzonders, spannends en uitstekends worden gemist maar aan de andere kant stond daar minstens zoveel muzikale pret tegenover en kende Pukkelpop 2005 verrassend weinig echte teleurstellingen. Omdat het op moment van schrijven zondagavond is, geheel in Talpa-stijl de mindere goden eerst en de top drie aan het end.

Goldy Lookin’ Chain bleek niet meer dan een grap; een groepje springende heren in trainingspakken die aan karaoke doen. Had Hot Hot Heat dat ook maar gedaan want zanger Steve Bays klonk slapjes en vals terwijl de rest van de band in elk nummer wel een steek of drie liet vallen. Of dat bij Sons And Daughters ook het geval was weet ik niet want langer dan twee nummers nietszeggende popmuziek hield ik niet vol. Zie ook het dertien-in-een-dozijn-punkkwartet Johnny Panic. Nine Black Alps bleek ondanks de NME-hype niets meer of minder dan een ordinaire Nirvana-kloon maar dan zonder sterke songs, zodat enkel het gruizige hak- en zaagwerk overbleef. Ook hakkend en zagend maar dan vooral verzandend in een ondefinieerbare bak herrie: Death From Above 1979. Maar zelfs dat was voor Babyshambles te veel gevraagd omdat het ter elfder ure verstek liet gaan, maar dat werd eigenlijk vooral schouderophalend voor kennisgeving aangenomen omdat eenieder die de heer Doherty een beetje volgt dit natuurlijk al lang had zien aankomen. Het lijkt me dan ook het verstandigst als dit heerschap zich ergens nestelt onder een gezellige Londense brug en verder wordt doodgezwegen door de mondiale muziekpers.

Goldy Lookin’ Chain & The Raveonettes

The Go! Team beloofde op papier één van de verrassingen te kunnen worden echter de band wist zelf nog niet helemaal of ze wilde rocken, poppen of dancen en dus wist het publiek dat ook niet. Ondanks alle aanwezige potentie dus vooral vleesch nog visch. Net als Röyksopp overigens, dat op een goede dag menige tent op zijn kop weet te zetten maar op donderdagavond vooral voortkabbelde. Jammer. Ook jammer dat The Raveonettes tegenwoordig wat afwisselender proberen te klinken en daarmee hun kracht een beetje verspelen. Persoonlijk hoor ik hun concerten het liefst volledig in B-kruis Majeur maar ik kan me voorstellen dat menigeen de nieuwe ‘Nettes verkiest. The Subways oogden enthousiast maar diens vlotte punkrock bleek niet langer dan een half uur aanstekelijk wegens te weinig eigen smoel. Basement Jaxx, The Hives (wat een hoogst irritante zanger!), Marilyn Manson en Pixies (voor de gelegenheid door de lichtkrant aangekondigd als Pixi€s) deden wat er van ze werd verwacht en voerden braaf hun kunstje op. Naar behoren en met nauwelijks enige wanklank maar ook nergens groots of spannend. Neen dan was Amp Fiddler uit een ander hout gesneden. Alsof de klok al dertig jaar stil stond toverde hij de ene na de andere seventies funk-, soul- en jazzklanken uit zijn Hammond waarbij hij dan weer aan Herbie Hancock, soms aan George Duke en af en toe zelfs aan Klaus Wunderlich refereerde. Niet tot het genoegen van iedereen overigens.

Engineers

Amusant en bij vlagen swingend als een tiet was het bluesy (en soms behoorlijk funky) Little Barrie. Twee kleine snarenplukkers aan weerskanten van een kolossale drummer die gedrieën de grootste lol hadden en zowel Jimi Hendrix alsmede Jamiroquai in de platenkast hebben staan. Ook amusant: de macho hooliganhouse van Audio Bullys. Stoere Britse geezerpraat over aanstekelijke vette beats. Deze keer als toetje diep in de nacht omdat de heren met pech onderweg verstek moesten laten gaan in de middag.
Van een geheel andere orde waren Engineers. Zij namen rustig de tijd om hun zeer melodieuze songs minutenlang op te bouwen met telkenmale een spannende climax aan het slot. Spiritualized, Brian Eno en een heel klein vleugje Pink Floyd. Maar dan met wat meer noise. En als we dan toch een stukje popgeschiedenis doornemen: Herinnert iemand zich The Modern Lovers nog? Gooi ze in de mix met Bloc Party en je krijgt Art Brut. Vermakelijk en als Pukkelpop openingsact zeer geschikt. En wat is er dan geschikter als afsluiter dan onze eigen Heideroosjes? Juist: niets. Marco en co beukten zich ter overstaan van een enorme mensenmassa voor de Skate-stage dwars door haar inmiddels flink uitgedijde, edoch niet altijd even sterke, oeuvre heen, op het eind gesteund door enkele leden van Rowwen Hèze. Ik ben nooit echt een Heideroosjesfan geweest maar eerlijk is eerlijk, qua intensiteit, power en showmanship laat de band menige internationale collega ver achter zich. Respect!

Juliette Lewis & The Licks

En zo zijn we via de middenmoot aanbeland bij de subtop en onverwachte maar daarom niet minder aangename verrassingen. Te beginnen met de laatsten: VHS Or Beta bracht Rapture-achtige funkpunk volgens het boekje en ook nog eens pittig en aanstekelijk. Indie-poppers The Departure deden live wat het op haar debuutalbum toch een beetje naliet: echt knallen en een overtuigende indruk achterlaten. Qua indruk was er echter één dame die iedereen de loef af stak: Juliette Lewis. De Hollywood-ster die met haar Licks tijdelijk de festivals afstruint koos namelijk niet voor de makkelijkste weg maar veroverde de Skate-stage toch ongekend gemakkelijk dankzij een volvette Amerikaanse garagerockband en een nauwelijks verhullend rood stoeipakje. En, ongelofelijk maar waar, ze zong nog goed ook. En als je dan ook nog afsluit met een stevige Iggy Pop cover en je aan een gewaagde stagedive inclusief uitgebreid crowdsurfavontuur over al die duizenden grijpgrage handjes waagt dan weet je dat je de Pukkelpopgeschiedenis schrijft. Juliette Rulez!

Franz Ferdinand

In een geheel andere categorie opereerden Editors. Alsof Joy Division’s Ian Curtis was herrezen en toegetreden tot Interpol. Duister en dramatisch met een handvol uitstekende songs voor een welwillend en van elke noot smullend publiek zette de band één van de beste optredens van het weekend neer. En dan zijn ze nog maar pas op weg. Dat belooft wat voor de toekomst. En via een flauw bruggetje belanden we dan bij The Futureheads die na een aarzelend begin langzaam maar zeker de grote Marquee-tent volspeelden en mede dankzij hun sympathieke presentatie en ijzersterke singles uiteindelijk tot op de achterste rijen de handjes op elkaar kregen. Dat laatste lukte The Coral niet wegens wederom zeer misplaatst op het immense hoofdpodium, zodat hun volwassen sfeervolle en licht met psychedelica gekruide popsongs vooral bestemd waren voor de voorste rijen. En daar was het dan ook uitstekend vertoeven op de vroege vrijdagmiddag. Desondanks volgende keer graag in Chateau of Club. Daar waar we Franz Ferdinand ook nog eens graag zouden willen zien, ongehinderd door crowdsurfende punkpubers en hossende tienertourders. Helaas lijkt Franz inmiddels hard op weg naar de categorie stadion-act want voor het tweede jaar in successie lag de volledige festivalweide aan zijn voeten. En geheel terecht. De inmiddels klassiek geworden krakers van de debuut cd werden vol vuur gebracht en de gespeelde nieuwe songs zullen voor eenieder die de eerste plaat in huis heeft geen belemmering zijn om de platenboer te bezoeken. Kan Franz dan helemaal niets meer verkeerd doen? Jawel,
want de schaalvergroting is duidelijk ten koste gegaan van de subtiliteit van diens muziek en ergens is dat best jammer.

Kaiser Chiefs, Editors & Maxïmo Park

En van Franz is het nog maar een hele kleine stap naar de daadwerkelijke top. Zoals LCD Soundsystem. Geteisterd door een haperend aggregaat, stemproblemen en een onlogische programmering (vroeg in de middag op de Main-stage) bracht men het dans-minded deel van het publiek vanaf de eerste tonen in vervoering. Noem het punkfunk, electro of gewoon dance, feit is dat alles geheel live en loeihard wordt gespeeld en dat de nummers stuk voor stuk onweerstaanbaar zijn. Inclusief de klassieker ‘I’m losing My Edge’ (voor de gelegenheid omgedoopt tot ‘Losing My Voice’) en de hitsingle ‘Daft Punk Is Playing In My House’.
Ook op herhaling in the house: The Datsuns. Zoals verwacht speelden zij moeiteloos het dak van de Marquee-tent waar de voorste rijen kolkten en de handjes tot buiten het tentzeil omhoog gingen. En dan heb ik het enkel over de eerste tonen van ‘Motherfucker From Hell’ en dat was pas het tweede nummer.
Waar de Datsuns heersten in The Marquee deden The Others dat de avond daarvoor in de kleinere Club-tent. Nauwelijks half gevuld maar wel met net zoveel pit en bezieling. Lekkere typisch Britse punkrock verpakt in aangename herkenbare songs en vertolkt door een sterke enthousiaste frontman. Vanwege de geringe belangstelling was het feest niet zozeer groot alswel intens.
Om een vergelijkbaar feestje ook voor elkaar te krijgen op het grote hoofdpodium moet je van goede huize komen en klaarblijkelijk gaat die vlieger op voor Kaiser Chiefs. Als een geoliede hitmachine werd de ene na de andere kraker op het in ruime getale aanwezige publiek afgevuurd, waarbij zanger Ricky Wilson ondanks een gebroken enkel als een bezetene over en voor het podium rondsprong. Dat de band onderwijl strak en geconcentreerd foutloos bleef doorjakkeren maakt de topstatus van de Chiefs compleet. Top!

The Magic Numbers

Helaas voor Kaiser Chiefs passen er maar drie bands op het erepodium. Eén van hen is zonder enige twijfel The Magic Numbers. De meest a-modieuze van allemaal met de meest onhippe sound op de koop toe. Maar niet geheel ontoevallig de meest sympathieke en met een zomerse sfeer die zo aanstekelijk werkt dat de Club voor even boven het festivalterrein leek te zweven. De nummerkeuze was nagenoeg perfect, de uitvoering intens en van zeer hoog niveau en met Romeo Stodart en Angela Gannon herbergde de band de twee beste vocalisten van het festival.
Net zo intens maar van een geheel andere orde was Maxïmo Park. Muzikaal mag deze band soms wel uit hetzelfde vaatje tappen als Franz en de Chiefs maar het is allemaal net iets feller en aanstekelijker. Met name zanger Paul Smith en toetsenist Lukas Wooller stonden op springen. Of om de Go For Music Site te quoten: “De meest opwindende Britse groep van het moment heet Maxïmo Park.”
Al heeft de band dan het geluk dat !!! uit de VS komt want wat dit ogenschijnlijke zootje ongeregeld liet horen en zien op de late zaterdagavond spande op velerlei fronten de kroon. Het zevenkoppige funkpunkmonster deed er alles aan om deze laatste avond van zijn Europese tour tot een gedenkwaardige te maken. Denk aan Radio 4, Rapture, LCD Soundsystem, P-funk, soul, dance in een onophoudelijke mix vol straffe beats, strakke gitaarriffs en heel veel percussie. Een (voor band en publiek) memorabel feest in de laatste uren van de Pukkelpopjubileummarathon. En dan te bedenken dat ik deze band niet eens op mijn ‘to see’ lijstje had staan…

Foto’s: Rob Walbers/Go For Music (rob.walbers@gmail.com)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s